ABB werkt samen met Infopunt Publieke Ruimte

  • 24 september 2017

Het Agentschap Binnenlands Bestuur sloot onlangs een samenwerkingsovereenkomst af met het Infopunt Publieke Ruimte onder impuls van de Afdeling Beleid Steden, Brussel en Vlaamse Rand. Voortaan mag ABB zich Ambassadeur Publieke Ruimte noemen. Beide organisaties willen hiermee elkaars werking uitdragen naar hun respectievelijke partners. Ook wisselen ze kennis uit rond de raakvlakken die tussen beide bestaan. Daarom schoven we even aan tafel bij onze nieuwe “collega’s”.

Publieke Ruimte, Stedenbeleid,… de raakvlakken lijken duidelijk. Wat was de aanleiding om met Stedenbeleid en ABB in zee te gaan?
Infopunt Publieke Ruimte heeft al jarenlang uitstekende contacten met bovenlokale instellingen die rond publieke ruimte werken, maar die situeerden zich vooral op vlak van open ruimte en groen. Stedelijke open ruimten zijn daaraan complementair en in die zin is Stedenbeleid een natuurlijke bondgenoot. De co-organisatie van de studiedag ‘ruimtelijke veiligheid’ in Antwerpen was de concrete aanleiding om voor het eerst met elkaar samen te werken en zo ging de bal aan het rollen. 

Waarom is het een goed idee van ABB om met jullie in zee te gaan?
Uit heel ons pleidooi blijkt dat publieke ruimte een hefboom is voor het beleid, zowel lokaal als bovenlokaal. Door samen te werken met een grote diversiteit aan partners kunnen we enerzijds aan een kwaliteitsvolle leefomgeving voor zoveel mogelijk mensen werken en anderzijds die leefomgeving zodanig (her)inrichten dat ze mee antwoorden biedt op grote maatschappelijke uitdagingen zoals waterbeheer, vergrijzing, mobiliteitscongestie, biodiversiteitsverlies, klimaatopwarming, verkeersveiligheid enzovoort. Door op lokaal niveau stappen vooruit te zetten kan Vlaanderen ook vooruitgaan. Veel Vlaamse steden en gemeenten hebben al mooie dingen gerealiseerd en dat verdient navolging. Die sneeuwbal willen we aan het rollen brengen en daarin kunnen ABB en Infopunt Publieke Ruimte elkaar vinden. 

Infopunt Publieke Ruimte heeft al een hele voorgeschiedenis. Jullie wortels liggen in de Voetgangersbeweging. Hoeveel Voetgangersbeweging zit er nog in het Infopunt? En waarom heet het niet langer Voetgangersbeweging? 
De Voetgangersbeweging ijvert al sinds de jaren 1980 voor toegankelijkheid en veilige voetgangersinfrastructuur. Het verbreedde een 15-tal jaar geleden de focus van voetgangersinfrastructuur sensu stricto naar de openbare ruimte in de brede betekenis van het woord. Als je wil dat mensen zich duurzaam verplaatsen en de auto meer aan de kant laten, moet je aandacht hebben voor de openbare ruimte in zijn totaliteit. Het gaat om meer dan verkeersveiligheid en toegankelijkheid. Ook groenvoorziening, belevingswaarde, materiaalgebruik, gebruikersdiversiteit, sociale veiligheid en vele andere aspecten komen in het vizier.

In 2005 richtte de Voetgangersbeweging ‘Steunpunt Straten’ op om opdrachtgevers en ontwerpers van openbare ruimten te inspireren tot meer kwaliteit. Steunpunt Straten werd de drijvende kracht achter het jaarlijkse praktijkboek Publieke Ruimte en de gelijknamige prijs die ruime bekendheid verwierven. Sinds 2012 publiceren we het driemaandelijkse vakblad Publieke Ruimte. Tien jaar na de lancering van Steunpunt Straten werd dit luik van de organisatie omgedoopt naar Infopunt Publieke Ruimte. De Voetgangersbeweging als vzw bestaat nog steeds maar treedt voornamelijk naar buiten onder zijn deelwerkingen Infopunt Publieke Ruimte en Octopusplan. Dat laatste richt zich tot scholen en lokale besturen. Het Octopusplan wil schoolomgevingen en schoolroutes zodanig inrichten dat kinderen zich zelfstandig te voet of met de fiets naar school kunnen verplaatsen. 

Wat willen jullie bereiken met het Infopunt Publieke Ruimte?
Publieke ruimte gaat over veel meer dan louter het (her)inrichten van straten, pleinen en parken. Goede publieke ruimten zijn een hefboom voor maatschappelijke, ruimtelijke, economische en ecologische ontwikkeling, Lokale besturen hebben baat bij de investeringen in de openbare ruimte. Er zijn terugverdieneffecten op vlak van mobiliteit, gezondheid, citymarketing, vastgoedinvesteringen, biodiversiteit en ga zo maar door. De openbare ruimte is het eerste waarmee mensen in aanraking komen wanneer ze hun woning verlaten en daarom verdient ze de aandacht van het beleid. Via onze publicaties, vorming en onderscheidingen willen we beleidsmakers, opdrachtgevers en ontwerpers aanzetten om oog te hebben voor een kwaliteitsvolle leefomgeving. En we kijken ook verder: het adagium ‘think globally, act locally’ is heel toepasbaar op de openbare ruimte. Klimaatadaptatie, lokale voedselproductie, waterinfiltratie, hitte-eilandeffecten, verhogen van de biodiversiteit: kleine ingrepen op lokaal niveau kunnen op grote schaal vaak het verschil maken. 

Kennisdeling is een belangrijke doelstelling. Wat voor instrumenten zetten jullie hiervoor in?
We bieden een aantal producten aan zoals de al vermelde publicaties (tijdschrift, praktijkboek) en vormingsevenementen. De brede benadering van het begrip ‘publieke ruimte’ is daarin een weerkerend element. Daarnaast beschikken we ook over diverse soorten lidmaatschappen om de betrokkenheid en communicatie tussen stakeholders te bevorderen. Samenwerking en dialoog tussen private en openbare sector, tussen lokale en bovenlokale overheden, tussen opdrachtgevers en ontwerpers, tussen gemeentebesturen en burgers is bepalend voor het succes van publieke ruimten. Al deze stakeholders ontmoeten elkaar in het uitgebreide ledennetwerk van Infopunt Publieke Ruimte. Op dit moment tellen we 45 gemeenten die lid zijn, waarvan zeven centrumsteden. Er zitten ook ruim 90 bedrijven en non-profitorganisaties in ons ledennetwerk. Ten slotte hebben we nog de Ambassadeurs Publieke Ruimte. Dat zijn bovenlokale overheden, overheidsinstellingen, beroepsfederaties en grote non-profitorganisaties voor wie kwaliteitsvolle publieke ruimten een belangrijke hefboom betekenen om hun doelstellingen te realiseren. Als ambassadeur engageren zij zich om de vele raakvlakken met andere beleidsdomeinen mee onder de aandacht te brengen. 

Wie zijn jullie ambassadeurs?
Dat zijn het Agentschap voor Natuur en Bos, Aquafin, het Departement Omgeving, de Federatie van de prefab betonproducenten, de VLAM, het Team Vlaamse Bouwmeester, de Vlaamse Landmaatschappij en sinds kort ook het Agentschap Binnenlands Bestuur. We brengen iedereen met elkaar in contact tijdens bijvoorbeeld de voorbereiding van het congresprogramma; een heel concreet voorbeeld van kennisdeling. Onze jongste telg is de Databank Publieke Ruimte (www.dbpubliekeruimte.info) waarin je honderden realisaties kan bekijken. Professionals vinden hierin hun gading, maar we willen vooral ook burgers inspireren. We willen we hen voeden met goede voorbeelden van concrete realisaties zodat ze niet meteen de zwarte vlag uithangen bij werken in hun straat. Door hen alternatieven aan te bieden, kunnen ze zelf ideeën aanreiken en met het gemeentebestuur in dialoog gaan. 

Vanwaar het idee om samenwerkingsverbanden aan te gaan met publieke en private partners en wat verwachten jullie van de samenwerking?
Publieke partners werken ten dienste van de burger. Het beste wat overheden hun burgers kunnen bieden, is een gezonde, aangename, veilige en mooie leefomgeving. De private sector staat mee in voor dienstverlening, knowhow en kwalitatieve producten. Het is dus evident dat beiden de handen in elkaar slaan en daarin spelen wij vanuit onze onafhankelijke positie een faciliterende rol. 

Beleidsbeïnvloeding is een andere prioriteit. Op welke manier hopen jullie te wegen op het beleid, op de verschillende niveaus (lokaal, regionaal,…)?
De prijs Publieke Ruimte reiken we uit sinds 2008. Die prijs vond de voorbije jaren steeds meer weerklank. Opdrachtgevers zien in dat we hun inzet voor publieke ruimte appreciëren en daar pakken ze graag mee uit. Daarnaast reiken we in het laatste jaar van elke lokale legislatuur de Beleidsprijs Publieke Ruimte uit. We kijken dan verder dan de realisaties op projectniveau en schenken ook aandacht aan de werking van de gemeentelijke organisatie, de beleidsvisie en het bestuursakkoord, de investeringen, de manier waarop publieke ruimte aan bod komt in de beleids- en beheerscyclus. De eerste Beleidsprijs Publieke Ruimte ging in 2012 naar de stad Deinze. We zijn benieuwd wie hem volgend jaar wint. 

Verder hameren we ook op het belang van een geïntegreerd beleid. Nog te vaak wordt publieke ruimte versnipperd aangepakt. De meeste gemeenten beschikken over diensten en schepenen voor mobiliteit, groenvoorziening, stedenbouw, erfgoed, jeugd, openbare werken, ruimtelijke ordening … Die hebben allemaal een stukje te maken met publieke ruimte maar veelal valt het publiekeruimtebeleid tussen wal en schip. Daarom lanceerden we voor de lokale verkiezingen in 2012 de oproep ‘Wie wordt de eerste schepen van publieke ruimte?’. Die vond weerklank. Sinds 2013 tref je nu ook dergelijke schepenportefeuilles in gemeente- of stadsbesturen. Om lokale besturen te helpen bij de opmaak van hun bestuursakkoord, brachten we de Inspiratienota Publieke Ruimte uit die nog steeds actueel is en die je kan downloaden op onze website (www.publiekeruimte.info).