Helikopterouders en hun taxi’s

  • 6 juni 2019

Scholieren voeren al maanden in veel West-Europese landen actie om het klimaat hoger op de politieke agenda te plaatsen en voor een strenger klimaatbeleid. In sommige landen keken zij niet alleen naar de politici en parlementen, maar namen zij mensen en fenomenen die wat dichter bij hen stonden op de korrel. In de Rudolf-Steiner-Schule in München raken dagelijks enkele jongeren vroeg uit de veren om voor hun school te protesteren tegen de zogenaamde Eltern-taxis. Dat zijn ouders die hun kroost netjes afzetten aan de schoolpoort en die later op de dag even netjes komen ophalen. Nu blijkt dat “netjes” een relatief gegeven. Woedende chauffeurs vinden het niet kunnen dat zij en hun kinderen enkele meters moeten lopen en proberen de protesterende scholieren van hun sokken te rijden. Intussen staan de scholieren er met borden als “Uw kind is groot genoeg om de S-Bahn (het voorstadsnetwerk) te nemen”.

Dergelijke ouders vind je zeker niet alleen in München, of in Duitsland. Maar bij onze oosterburen ervaren veel mensen dit meer en meer als een probleem. Het niet bijzonder flatterende woord Eltern-taxis is nog maar enkele jaren oud, maar het volstaat even te googlen om te zien dat het al wijdverspreid is. Wat meer is: in veel artikels vindt de auteur het helemaal niet meer nodig het begrip uit te leggen en te duiden. En artikels hierover vind je genoeg in de “ernstige” pers. Die ernstige pers is best uitgebreid te noemen in het Duits taalgebied.

Uit de reacties en de discussies op de websites van de Duitstalige pers blijkt al vlug dat het thema bijzonder leeft, vooral de tegenstanders van die ouders-taxichauffeurs laten zich horen.

Er is ook een sociaal-politiek probleem: als zowat iedereen zijn privé-taxi heeft, zal iemand wel vroeg of laat het nut van de schoolbus in vraag stellen. Bij ons in Vlaanderen rijden er veel minder schoolbussen. De Lijn moet die taak overnemen. Niet altijd evident in ons lintbebouwingsland.

Een term die dikwijls terug komt, is die van Hubschrauber-Eltern: helikopterouders. De term komt uit de VS overgevlogen, daar kwam zij in de jaren 1990 het psychologische discours ingeslopen. Dat zijn ouders die vanuit hun helikopter hun opgroeiende kinderen in de gaten willen houden, en hen ook willen blijven beschermen. Ook lang nadat zij al meer op hun eigen benen kunnen staan. Met alle negatieve gevolgen vandien voor de kinderen: overbescherming, risico-aversie, gebrek aan socialisatie.

Als argument halen de ouders de veiligheid aan. Wellicht spelen er ook andere motieven, zoals de zin om te pronken met de wagen of gemakzucht van de kinderen. Volgens de ouders zou het veel te onveilig zijn om kinderen langs de straat te laten lopen. Verkeersdeskundigen, politie en schoolbesturen rukken zich de haren uit het hoofd bij deze argumentatie. Zij zien immers de gekke toeren die aspirant-taxichauffeurs voor de schoolpoorten ten toon spreiden. Dubbel parkeren, stil staan op zebrapaden, achteruitrijmaneuvers, u-bochten, overdreven snelheid, voorrang weigeren aan kinderen die oversteken, fietsers in gevaar brengen, racende ouders die weer eens te laat zijn…  De Städtische Katholische Grundschule Niederkassel in Düsseldorf vond dat het wel heel bont werd, en bracht zelf een waarschuwingsbord aan:  „Vorsicht liebe Kinder, hier fahren eure Eltern”: “opgelet, beste kinderen, jullie ouders rijden hier”. Tot woede van de taxi-ouders.

Zelfs de machtige Duitse automobilistenbond ADAC verzoekt met aandrang dat de ouders hun taxibedrijf stopzetten. Die bond heeft zelf aangetoond dat meer kinderen verongelukken in de auto van hun ouders, dan wanneer ze op een andere manier naar school gaan. Maar statistieken en tabellen veranderen niet vlug overtuigingen: weinig ouders denken dat het hen zal overkomen, en een metalen kast lijkt veiliger.

Ook in Zweden blijkt het probleem te bestaan. Psychologe Jessica Westman van de universiteit van Karlstad onderzocht kinderen van de tweede, vierde en zesde klas. Zij vond auto-kinderen vermoeider, en passiever dan de kinderen die samen met anderen stapten, fietsten of de bus namen. Die kinderen kregen de kans de omgeving te exploreren, en met anderen te interageren. Daardoor werden ze zelfstandiger en zelfzekerder (zelfs door belletje-trek, foei!). Daarenboven worden zij door hun ervaring betere verkeersdeelnemers.

De besturen proberen een hele reeks maatregelen uit. Sommige zijn best behoorlijk drastisch: bijvoorbeeld betonblokken, paaltjes of meer van dat moois om de schoolstraat af te zetten. Anderen zien hun heil in lokale versies van de kiss-and-ride zones, op een zekere afstand van de school. De bedoeling is dat de kinderen dan samen naar de school trekken. De ouders zijn toch te gehaast om die afstand mee te lopen. Sommige scholen organiseren “walking buses”, scholieren die in groep een traject afleggen. Bepaalde besturen pogen de ouders te sensibiliseren.

Jens Leven, hoogleraar Mobiliteit aan de Rhein-Main-Hochschule, verdedigt een aanpak met drie pijlers.

  • De weg naar school moet veiliger worden: stadsplanners moeten rekening ermee houden dat kinderen die weg moeten gebruiken: oversteekmogelijkheden, zichtlijnen, voetpaden.
  • Voor ouders die toch van verder moeten komen, moeten er kiss and ride zones zijn.
  • De belangrijkste taak ziet hij echter voor de scholen: die moeten de scholieren motiveren om zelf de weg af te leggen. Volgens hem hebben ouders geen druk van het bestuur nodig, maar druk van de achterbank.

Volgens bepaalde cijfers nemen een kwart van de Duitse scholieren de oudertaxis. Dit aantal neemt toe.

Volgens het Onderzoek Verplaatsingsgedrag van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken ging het in Vlaanderen in 2017 om 26,5% van de schoolgaande jeugd. Volgens deze cijfers is dit aandeel ongeveer stabiel.

Volgens de Touring Mobiliteitsenquête neemt in gans België 66% van de schoolgaande jeugd de oudertaxi.

https://www.vlaanderen.be/woon-schoolverkeer raadgevingen voor ouders over de verschillende vervoersmodaliteiten.