Plattelandsfonds

Met het in 2014 gestarte plattelandsfonds beoogde de Vlaamse overheid een extra ondersteuning van een aantal plattelandsgemeenten die door de economische crisis onder druk kwamen te staan. Met de inkanteling in het investeringsfonds wordt de subsidiëringswijze behouden. De methodiek inzake het vaststellen van de doellijst, de prioritiseringslijst en het bepalen van de hoogte van de subsidie blijft behouden. 

50 gemeenten komen in aanmerking voor deze subsidie:

  • Alveringem
  • Assenede
  • Bekkevoort
  • Bever
  • Borgloon
  • Damme
  • Diksmuide
  • Galmaarden
  • Geetbets
  • Gingelom
  • Glabbeek
  • Gooik
  • Heers
  • Herne
  • Herstappe
  • Heuvelland
  • Hoegaarden
  • Hoogstraten
  • Horebeke
  • Houthulst
  • Kaprijke
  • Knesselare
  • Koekelare
  • Kortemark
  • Kortenaken
  • Langemark-Poelkapelle
  • Linter
  • Lo-Reninge
  • Maarkedal
  • Meeuwen-Gruitrode
  • Merksplas
  • Mesen
  • Moerbeke
  • Peer
  • Pepingen
  • Pittem
  • Poperinge
  • Ravels
  • Ruiselede
  • Sint-Laureyns
  • Spiere-Helkijn
  • Veurne
  • Vleteren
  • Voeren
  • Wingene
  • Wortegem-Petegem
  • Zomergem
  • Zonnebeke
  • Zoutleeuw
  • Zuienkerke