Stadsvernieuwing

Stadsvernieuwingsprojecten zijn hefboomprojecten voor een geïntegreerde stadsontwikkeling, en dit zowel in functie van economische, ecologische als sociale meerwaarde.  Ze hebben tot doel de aantrekkelijkheid, de duurzaamheid en de leefbaarheid van steden te verhogen. Ze investeren in stedelijkheid, waarbij het zowel gaat om de fysieke arrangementen, zoals publieke ruimte, infrastructuur, nutsvoorzieningen, publieke voorzieningen, groen-blauwe dooradering, etc., maar ook om de institutionele kaders, de sociale en culturele verbanden waarin stedelingen gesocialiseerd zijn en waarin ze participeren.

De Vlaamse overheid verleent steden subsidies voor stadsvernieuwingsprojecten. Er zijn drie soorten subsidies:

  1. projectsubsidies die aangewend worden voor de concrete realisatie van een stadsvernieuwingsproject;
  2. conceptsubsidies die gebruikt worden voor deskundige begeleiding bij het ontwerp  van een stadsvernieuwingsproject;
  3. thematische subsidies ter ondersteuning van kleinschalige stadsvernieuwingsprojecten die inspelen op specifieke stedelijke uitdagingen.

Daarnaast ondersteunt de Vlaamse overheid steden met advies en deskundige begeleiding: de relatiebeheerders van het team stedenbeleid, de kwaliteitskamer voor de projectsubsidies en de thematische oproep, het regieteam voor de conceptsubsidies.

De volgende steden komen in aanmerking voor subsidies voor stadsvernieuwing: Aalst, Aarschot, Antwerpen, Brugge, de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor Brussel, Deinze, Dendermonde, Diest, Eeklo, Geel, Genk, Gent, Halle, Hasselt, Herentals, Ieper, Knokke-Heist, Kortrijk, Leuven, Lier, Lokeren, Mechelen, Mol, Oostende, Oudenaarde, Roeselare, Ronse, Sint-Niklaas, Sint-Truiden, Tielt, Tienen, Tongeren, Turnhout, Vilvoorde en Waregem.