Sint-Niklaas stationsomgeving: Van breukzone naar koppelstuk tussen de voorstad en het stadscentrum

  • 4 mei 2015

De stationsomgeving in Sint-Niklaas vormt, net als in vele andere steden, een breukzone in de stad. De lineaire spoorweginfrastructuur creëert niet alleen een fysieke barrière tussen de voorstad en het stadscentrum, het noorden en het zuiden. Er is er ook een sterk contrast tussen de stationsomgeving aan de stadszijde en wat tot voor kort leek te worden beschouwd als de minderwaardige achterkant. De vraag hoe het station en de bijhorende infrastructuur niet langer scheidend maar verbindend kan werken staat centraal in de conceptstudie over het gebied.

Ontwikkelingskansen aan de ‘achterkant’ van het station

Enkele jaren geleden onderging de stadszijde met behulp van een eerdere projectsubsidie al een drastische gedaanteverwisseling. Naast een vernieuwd, gebruiksvriendelijk stationsplein werden een aantal bovenlokale functies toegevoegd zoals het Koopcentrum, het entertainmentcomplex Siniscoop en kantoorruimte. Het verschil met de overzijde van het spoor valt hierdoor des te meer op. De treinreiziger die het station langs deze zijde verlaat komt terecht in een niemandsland, gekenmerkt door druk auto- en busverkeer, lange rijen fiets- en autostaanplaatsen, en een aantal eerder anonieme, in zichzelf gekeerde publieke voorzieningen. De achterliggende woonwijk Groot Kloosterland heeft weinig ruimtelijke kwaliteiten en de verbinding met het station is minimaal.

Dit jarenlang genegeerde gebied komt pas opnieuw onder de aandacht wanneer er zich min of meer gelijktijdig een aantal herontwikkelingskansen voordoen. Zo is er de oude slachthuissite die door het verdwijnen van het slachthuis om een nieuwe invulling vraagt. Even verderop bevinden zich de schoolgebouwen van het Gemeenschapsonderwijs (GO!) die hun beste tijd hebben gehad. De uitgestrekte, onderbenutte terreinen bieden uitgebreide mogelijkheden voor functievermenging, verdichting en meer intensieve ontwikkeling. Hetzelfde geldt voor een braakliggend privaat terrein waarvan de eigenaar al verschillende jaren vragende partij is om er een bouwproject te realiseren. Maar net als de eigenaars van de andere terreinen botste hij tot voor kort op de Participatie Conceptstudie Sint-Niklaas Stationsomgeving Noordstedenbouwkundige voorwaarden, waardoor geen bestemmingswijziging mogelijk was.

Vandaag erkent de stad Sint-Niklaas het strategisch belang van het noordelijk stationsgebied en de directe omgeving. Met behulp van de conceptsubsidie wordt gestreefd naar een project waarbij de drie sites deel zullen uitmaken van een veel ruimere, meer geïntegreerde ontwikkelingsvisie. De twee belangrijkste uitgangspunten die de stad voorop stelt, zijn de verdere uitbouw van de stationsomgeving als ‘A-locatie’ en een verbeterde ruimtelijke integratie van de noordelijke woonbuurten in de rest van de stad.

Concreet betekent dit dat de reeds bestaande, bovenlokale functies in het stationsgebied verder zullen worden uitgebreid. Enkele recent gebouwde projecten aan de noordzijde, zoals de kantoren van de Federale Overheid, de VDAB en de evenementenhal Bau-huis zijn al een voorafspiegeling van deze nieuwe visie. In de toekomst zullen nog meer, op elkaar afgestemde ontwikkelingen het bovenlokale karakter van het station verder versterken. Bovendien wordt het stationsgebied geherdefinieerd als ‘middenterm’ tussen de voorstedelijke woongebieden en de binnenstad. Naast economische valorisatie wordt dus werk gemaakt van een opwaardering waar ook het groeiend aantal (voor)stadsgebruikers baat bij zullen hebben. Dit vertaalt zich in de aandacht voor stedelijk groen, kwaliteitsvolle openbare ruimte en betere voetgangers- en fietsverbindingen.

Coproductie creëert nieuwe mogelijkheden

Maat ontwerpers staat in voor de ruimtelijke analyse, het ontwerpend onderzoek en de visievorming. Voor het luik participatie en coproductie laten zij zich bijstaan door Sofie Vandelannootte. Het haalbaarheidsonderzoek en de uitwerking van de publiekprivate samenwerking gebeurt door Catrinus Tuinstra. Bij de opstart van het project wordt extra tijd geïnvesteerd in overleg met lokale actoren. Dat verloopt via rondetafelgesprekken over thema's als school, groen, mobiliteit en woonwijk waarop in hoofdzaak belanghebbende partijen worden uitgenodigd. Door inspirerende referentieprojecten te tonen en potentiële ontwerpscenario's te bespreken worden de verschillende mogelijkheden van het gebied verder onderzocht. Samen rond de tafel zitten zet de uiteenlopende partijen aan om verder te denken dan hun eigen site. Deze aanpak maakt dat het project meer is dan de optelsom van een aantal afzonderlijke vastgoedprojecten en dat er belang wordt gehecht aan de realisatie van maatschappelijke meerwaarde. Ook werden op deze manier de mogelijkheden van meervoudig ruimtegebruik verkend. Zo ontstaat bijvoorbeeld het voorstel om de parkeerruimte van het GO! buiten de schooluren mee te laten gebruiken door de bezoekers van het nieuw aan te leggen park of het Bau-huis. Ook grotere ruimtes van de school, zoals de turnzaal en de polyvalente zaal zouden op vrije momenten door de buurt kunnen worden gebruikt als ontmoetingsplek of vergaderzaal.

Verbinden van gescheiden werelden

De vraag hoe het station en de bijhorende infrastructuur niet langer scheidend maar verbindend kan werken staat centraal. In het stationsproject komt deze ambitie op verschillende manieren tot uiting. In de eerste plaats ziet de stad Sint-Niklaas kansen om de voor- en de achterkant, het noorden en het zuiden beter met mekaar te verbinden door een nieuwe duidelijke toegang tot het station te voorzien, samen met verschillende doorsteken en een ruim, groen, dynamisch voorplein. De opwaardering van de achterkant van het station tot een nieuwe centraliteit sluit aan bij de geplande, nieuwe woonprojecten, in totaal goed voor 1400 bijkomende woningen, die hoofdzakelijk in het noorden van de stad zullen gesitueerd zijn.

Ten tweede wil de stad zowel bovenlokale als wijkgebonden functies toevoegen in het stationsgebied. Aanvullend op de recent toegevoegde bovenlokale functies, wordt gemikt op kantoren of publieke functies. Op het vlak van buurtfuncties wordt gedacht aan een nieuwe sporthal, bijkomende kinderopvang en een ontmoetingsplek. Daarnaast zou de noodzakelijke vernieuwing van de gebouwen van het GO! worden aangegrepen om de ruimtelijke inpassing van de school in de wijk te verbeteren. Hiervoor wordt de piste van herlocatie, dieper in de wijk onderzocht. Op die manier zou er op de huidige scholenterreinen, vlakbij het spoor, strategisch gelegen ruimte vrijkomen voor de ontwikkeling van bovenlokale functies. Tot slot ziet de stad het stationsproject ook als een gelegenheid om de zogenaamde ‘stenen’ stad en voorstad beter te verbinden met de omliggende groen- en waterstructuren.

Ontwikkeling van de ‘bouwvelden’: een oefening in schuiven, ruilen en delen

Het ontwerpteam vertrekt van een grondige en kritische lezing van het bestaande. Het voorgestelde project kan dan ook worden opgevat als een oefening in het opnieuw samensmeden, herorganiseren en optimaliseren van wat al aanwezig is. Het bijkomende programma van eisen, dat in overleg met de stad en de belanghebbende partijen bepaald is, wordt op een zorgvuldige manier ingepast in de lokale context. Het samenspel tussen de bebouwde en de open ruimte, en de zoektocht naar verschillende variaties op dit thema, structureert het ontwerp. Drie duidelijk afgebakende bouwvelden met elk hun eigen karakter en sfeer markeren de nieuwe ontwikkelingen. Ze brengen een zekere orde in het voorheen versnipperde en gefragmenteerde stationslandschap. Wat vroeger restruimte was, krijgt zo opnieuw betekenis.

Nieuw stationspark maakt van de noordelijke stationsomgeving een volwaardig stadsdeel

De grootste troef van het project voor de noordelijke stationsomgeving is het nieuwe stationspark. Het park zorgt niet alleen voor meer groen in de buurt en de opwaardering van de noordelijke stationsomgeving, het wordt ook actief ingezet als bindmiddel tussen de diverse nieuwe ontwikkelingen en de ruimere omgeving. Het gaat niet om een park in de klassieke betekenis, maar eerder om een pluriforme en wijdvertakte, groene open ruimte met verschillende sferen, betekenissen en gebruiken. Naast het genoemde ‘buurtpark’ en ‘campuspark’ vormen ook nog de ‘ontmoetingsweide’, het ‘bermpark’ en het ‘wijktraject’ belangrijke onderdelen.

Nieuwe vervoersverbindingen

De conceptstudie voorziet betere fiets-, voetgangers en openbaar vervoersverbindingen tussen de nieuwe en bestaande woonwijken, het park en de stationsingang. De huidige parkeer- en verkeersdruk wordt weggenomen door een aparte ontsluiting voor de bovenlokale functies en de invoering van eenrichtingsstraten om doorgaand verkeer in de wijk te beperken. Centraal in het nieuwe ‘campuspark’ komt er een fiets- en wandelas die ter plaatse van het huidige Bau-huis een verbreding krijgt. De noordelijke stationsomgeving krijgt ook een ‘non-stop fietsroute’ ingepast. Dat is een initiatief van de Provincie waarbij langs de sporen tussen Gent en Antwerpen een snelle fietsverbinding zal worden gerealiseerd. Tegelijkertijd sluit deze route aan op de bestaande lokale fietspaden en de noordelijke stationstoegang.

Voorstad krijgt eigen gezicht

Met dit project voor de herontwikkeling van de noordelijke stationsomgeving presenteert de achterkant van het station zich niet langer als achterkant, maar als een volwaardige voorkant. De voorstad krijgt een eigen gezicht en wordt niet langer beschouwd als tweederangsgebied. Alles is in stelling gebracht om het versnipperde, ondergebruikte en verouderde stationsgebied om te vormen tot een kwaliteitsvolle woon-, werk en leefomgeving. De fase waarbij de overgang van project naar implementatie moet worden waar gemaakt is aangebroken. Verschillende discussies tussen de betrokken partijen zijn lopende. In vervolg op het traject dat via de conceptsubsidie is opgestart, wordt momenteel met hetzelfde ontwerpteam het project herbekeken. Het belooft een moeilijk evenwichtsoefening te worden tussen het bewaren van de ruimtelijke kwaliteiten van het oorspronkelijk ontwerp en het zoeken naar bijkomende hefbomen voor een financieel haalbaar project.