't Eilandje Antwerpen: voorbeeld van trage stedenbouw in Vlaanderen

  • 3 maart 2015

Het weefsel van de stad is als een sappig stuk vlees. Hoe trager het groeit, hoe smakelijker het is. Het Eilandje in Antwerpen is zo’n stuk vlees. Het staat bekend als een schoolvoorbeeld van ‘slow urbanism’. De stadsvernieuwing komt gestaag en stap voor stap tot stand.

Vandaag is een nieuwe en cruciale fase voltooid. De aanleg van de publieke ruimte heeft de plek herbergzaam gemaakt. Het Eilandje heeft zich genesteld in de hoofden van bewoners en bezoekers. De Eilanders zijn fier op ‘hun’ wijk aan het water.

Een zaadje planten

Het verhaal van het Eilandje is begonnen als een droom. Eind jaren 1980 verenigde een groep burgers zich onder de vlag ‘Stad aan de Stroom’. Ze organiseerden een internationale ideeënwedstrijd om de oude havenstad opnieuw te betrekken op de rivier die haar ooit groot had gemaakt. De inzet was de revitalisering van de oude havens aan de rand van de stad: het Zuid, de Kaaien en het Eilandje.

De Spaanse architect en stedenbouwkundige Manuel de Solà-Morales won de wedstrijd voor het Eilandje. De Solà-Morales ‘twijfelde’ bewust tussen oud en nieuw en legde een gevoeligheid aan de dag voor het bestaande industriële weefsel.

Het plan had ook oog voor de sociaal-ruimtelijke strategie. De noord-zuidas – van het Falconplein tot de Nassaustraat – wordt opgeladen met culturele stapstenen. Zo ontstaat een mentale verbinding tussen het stadscentrum en het Eilandje.

Antwerpen EilandjeStadsvernieuwing, zo lijkt De Solà-Morales ons te vertellen, is niet enkel een zaak van stenen, maar ook van mensen. Minder tastbaar dan gebouwen, straten en pleinen, maar even noodzakelijk voor een duurzame en leefbare stad, zijn de beleving en de fierheid van bewoners en bezoekers, de verhalen die de ronde doen, de toevallige ontmoetingen en het samenleven tussen culturen en generaties.

Zoals dromen vaak doen, eindigde ook deze abrupt. In 1993 viel het doek over Stad aan de Stroom. Het toenmalige stadsbestuur was maar matig enthousiast over de plannen. De haven was nog niet bereid om haar historische stadshavens uit handen te geven voor stadsontwikkeling. De plannen verdwenen in de kast en de voorvechters bleven ontgoocheld achter.

De ontgoocheling is begrijpelijk, maar achteraf gezien niet geheel terecht. De impact van Stad aan de Stroom was groot. Het burgerinitiatief had een zaadje geplant in de hoofden van de Antwerpenaren. De kiem is blijven groeien.

Slow urbanism

In de tussentijd begonnen pioniers zich in de wijk te vestigen. Ze maakten gebruik van de vele mogelijkheden die de verlaten pakhuizen boden. Er verrezen creatieve ateliers. Het meest bekende voorbeeld is de renovatie van het Godfriedpakhuis, waar Dries Van Noten zijn modeatelier inrichtte. De eerste stadsvernieuwing gebeurde spontaan en van onderuit.

In 1997 nam het stadsbestuur de handschoen weer op. Toenmalig stadsbouwmeester René Daniëls werkte een masterplan uit voor het Eilandje. Verschillende van de principes van De Solà-Morales bleven overeind, zoals de fijnmazige renovatie, de subtiele mix van historisch erfgoed met nieuwe projecten en de aanleg van een zowel fysieke als mentale noord-zuidas die de nieuwe stadswijk aanhecht aan het stadscentrum. De rudimentaire spelregels die René Daniëls vastlegde in het Masterplan, het Beeldkwaliteitspan Buitenruimte, het Groenplan en het Waterplan, gelden tot op vandaag.

Aan het einde van de jaren 1990 hadden de stad en de stadsbouwmeester ongetwijfeld een veel intensiever traject voor ogen. Het was een periode van economische voorspoed en snelle ontwikkelingen. De vastgoedmarkt boomde, tot de financiële crisis vanaf 2008 roet in het eten gooide.

Weer leek een droom aan diggelen geslagen. Toch was de crisis – weerom achteraf gezien – veeleer een zegen dan een vloek. Bouwwoede en kaalslag maakten plaats voor traagheid en bezonnenheid. Het Eilandje kwam op adem.

Vandaag is het eilandje een schoolvoorbeeld van ‘slow urbanism’. Nieuwe ontwikkelingen komen stap voor stap tot stand. In plaats van de eenheidsworst van grootschalige bouwprojecten ontstaat een gevarieerd evenwicht tussen klein en groot, oud en nieuw, bottom-up en top-down. Een gelaagde stad, net zoals in de initiële plannen van De Solà-Morales. De trage stedenbouw laat toe dat de masterplannen en beeldkwaliteitsplannen steeds bijgestuurd kunnen worden, afhankelijk van de marktsituatie, nieuwe stedelijke noden of onverwachte demografische evoluties.

Is de stadsvernieuwing op het Eilandje van onderuit begonnen, dan is het nu aan de overheid om op haar beurt te investeren en op die manier private ontwikkelaars over de streep trekken. De vestiging van het Stadsarchief in het gerenoveerde Felixpakhuis en de bouw van publiekstrekkers als het MAS en het Red Star Line Museum waren de eerste belangrijke gestes. Ze zetten het Eilandje op de kaart, niet enkel bij de Antwerpenaren, maar ook ver daarbuiten.

Fysieke en mentale assen

Met het stadsvernieuwingsproject ‘Eilandje, Culturele as en Londenstraat-Amsterdamstraat’ zet de stad, ondersteund door het Vlaamse Stedenbeleid, een volgende, essentiële stap in de herwaardering van het Eilandje tot een levendig en bruisend stadsdeel.

Ditmaal geen ambities om een prestigeproject van het kaliber van het MAS te realiseren. Het betreft hier vooral ingrepen in de publieke ruimte, zoals de (her)aanleg van straten, pleinen, kades en parken. Op het eerste gezicht niet echt spectaculair, maar niettemin met een enorme impact op de kwaliteit en de beleving van de nieuwe wijk.

Het stadsvernieuwingsproject richt zich op de twee belangrijkste assen die het gebied van 75 hectare doorkruisen: de ‘culturele noord-zuidas’ – waarvan reeds sprake bij De Solà-Morales – en loodrecht hierop de as Londenstraat-Amsterdamstraat. Beide assen vormen de belangrijkste toegangspoorten tot het Eilandje en rijgen de verschillende wijken – of ‘eilandjes’ – tussen de dokken  aan elkaar.

Stadsvernieuwingsproject 't Eilandje AntwerpenOok hier gaat het niet alleen om stenen maar ook om mensen. De assen zijn niet louter mobiliteitsassen. Hun rol gaat verder dan verbindingen leggen. Het zijn mentale infrastructuren voor toe-eigening en imaginaire hefbomen voor samenlevingsopbouw en buurtbeleving.

De culturele noord-zuidas vertrekt vanuit de binnenstad aan de Academie voor Schone Kunsten en loopt via het Falconplein, het MAS, het Ballet van Vlaanderen en het Red Star Museum tot aan het nog aan te leggen Droogdokkenpark in de Scheldebocht. Het zijn de ‘stapstenen’ die het Eilandje mentaal aanhechten bij de stad. Tegelijkertijd effenen ze het pad naar de meer noordelijke wijken. Terwijl vroeger het Eilandje in de perceptie van velen nog beperkt was tot het gebied rond de Oude Dokken en het MAS, is de heraanleg van de publieke ruimte langs de noord-zuidas, en meer in het bijzonder de aanleg van de parkjes tussen de woontorens aan het Kattendijkdok, erin geslaagd de meer noordelijk gelegen Montevideowijk te integreren in de beleving van de Eilandbewoners.

Loodrecht op de culturele as ligt de Londenstraat-Amsterdamstraat. De oost-westas legt een verbinding tussen de drie ‘eilanden’ – Montevideo, Oude Dokken en Cadix – elk met een eigen identiteit. In de nabije toekomst, wanneer de Parkbrug over de Noorderlaan gerealiseerd zal zijn, zal de oost-westas een belangrijke schakel vormen tussen Park Spoor Noord en de Scheldekaaien. In 2015 komt hier ook een nieuwe tramlijn, die het gebied nog beter zal ontsluiten.

De resultaten van de heraanleg van de Londenstraat-Amsterdamstraat zijn reeds goed zichtbaar. De mensen vinden er hun weg. De drie wijken zijn dichter tot elkaar gegroeid. De straat is getransformeerd van een onherbergzame plek tot een aangename boulevard. Intussen heeft er zich bijvoorbeeld een fietsenwinkel gevestigd. Dat zou vijf jaar geleden nog ondenkbaar zijn. De komst van de tram zal de kleinschalige commerciële voorzieningen, waar de wijken vandaag zoveel nood aan hebben, ongetwijfeld nog doen toenemen.

De fierheid van de Eilandbewoners

Omdat stenen alleen niet volstaan om een bruisende stadswijk te maken, voorzag het stadsvernieuwingsproject ook ingrepen van sociaal-ruimtelijke en culturele aard. Kleinschalige initiatieven zoals buurtfeesten, culinaire events, buurtinformatieavonden, groepswandelingen, sportevenementen of tijdelijke bestemmingen voor parken en kades wakkerden het buurtgevoel aan en organiseerden onverwachte ontmoetingen. En door kleine handelszaken en horeca aan te trekken, ontstonden levendige straten.

In het kader van het stadsvernieuwingsproject bracht een sociaal-ruimtelijke studie onder leiding van Samen Leven en sociaal geograaf Maarten Loopmans (KU Leuven) het gebied in kaart. De studie polste naar de demografische ontwikkelingen en naar de beleving en appreciatie van het Eilandje bij bewoners en gebruikers.

De studie geeft een aantal aanbevelingen voor de lange termijn. Ze pleit voor een blijvende voortzetting van het sociale luik van het stadsvernieuwingsproject, zeker wanneer de vooralsnog relatief dun bevolkte wijk er op termijn – dankzij de ontwikkeling van de Montevideo- en Cadixwijk – meer dan 4000 woningen bij zal krijgen. De drastische groei vraagt om een blijvende samenlevingsopbouw.

Een ander aandachtspunt is om een goede sociale mix te bereiken in de nieuwe woonprojecten. Vandaag wonen er op het Eilandje opvallend weinig jongeren en een groot aandeel alleenstaanden met een gemiddeld hoger inkomen. Vooral in de Cadixwijk speelt de stad hierin een actieve rol. De stad is eigenaar van de gronden en heeft de ontwikkeling in handen gegeven van het autonoom gemeentebedrijf AG Vespa. Door de woningen stapsgewijs en onder voorwaarden op de markt te brengen, wil AG Vespa de demografische ontwikkelingen voortdurend bijsturen en een duurzame sociale mix bereiken.

Een van de graadmeters waarmee het welslagen van een stadsvernieuwingsproject en de kwaliteit van een stedelijk weefsel kan gemeten worden, is de fierheid van de bewoners en gebruikers. De studie wijst uit dat de fierheid van de pioniers vandaag ook sterk leeft bij de nieuwe ‘Eilanders’. Wie fier is op zijn wijk, draagt zorg voor zijn wijk, engageert zich en voelt zich verbonden met zijn medebewoners. Het is de fierheid van een oude droom die werkelijkheid is geworden. Het is zaak die fierheid vast te houden en te blijven voeden.