Conceptsubsidies 2021

  • 22 december 2021

8 dossiers dienden een aanvraag in  voor een conceptsubsidie binnen de oproep stadsvernieuwing 2020. In totaal bedraagt de subsidiepot 360.000 euro. 5 concepten ingediend door de steden Aarschot, Dendermonde, Gent, Leuven en Roeselare ontvangen een conceptsubsidie. Elk concept krijgt een bedrag van 72.000 euro subsidie toegekend.

Aarschot - Aankoop project Schoonhoven

Steeds meer mensen komen in het stadscentrum wonen. Hierdoor staat de open ruimte steeds meer onder druk. De stad Aarschot vindt het cruciaal om groene ontspanningszones rond de stadskern te vrijwaren. Het projectgebied heeft een oppervlakte van 16 hectare, hoofdzakelijk bestemd als recreatiezone. Gezien de recreatieve zonering blijft een verdere ontwikkeling grotendeels gespaard van hoog dynamische functies. Er is een opportuniteit tot verweving die niet belastend is ten aanzien van gevoelige gebieden, waarbij zachte overgangen beeldbepalend kunnen zijn. Dit project heeft het potentieel om uit te groeien tot een bovenlokale multifunctionele groene ontmoetings- en ontspanningsplek. Het gebied moet een brug vormen - als 'Poort naar de Demer' - tussen de stedelijke kern en de Demervallei. Het is de intentie van de stad Aarschot om een breed participatief traject op te zetten, samen met de inwoners. Het wordt een uitdaging om een gedragen en integrale duurzaamheidsvisie uit te werken die alle troeven uitspeelt. Het project kent een ambitieniveau dat de expertise en ervaring van een provinciale stad overstijgt.

De stad Aarschot engageert zich voor een complexe opgave en wil een co-creatieve aanpak vinden om deze opgave in haar veelheid en gelaagdheid vorm te geven. De jury ziet hier een belangrijke meerwaarde van de conceptstudie. De jury raadt aan om de complexiteit niet uit de weg te gaan en naar interessante invalshoeken en coalities te zoeken die de verschillende claims op het domein Schoonhoven in een nieuw verband laten spelen. De formule van de conceptsubsidie laat toe om: (1) een breed perspectief te ontwikkelen op deze site en (2) zo de volle strategische betekenis van de ontwikkeling van deze site vast te stellen. 

Het ontwikkelen van een experimentele aanpak kan een belangrijke voorbeeldfunctie zijn voor andere steden en gemeenten. Dit kan in de vorm van een stadslaboratorium om in samenspraak met de bevolking te werken aan een verbindende en verweven toekomstvisie.

Dendermonde - Ontwikkelingsplan site Krijgshospitaal

Vlak bij het historisch centrum van Dendermonde bevindt zich het Krijgshospitaal, een schoolsite. De eigenaar, GO!, zal de site grotendeels verlaten. Go! contacteerde de stad Dendermonde om samen een totaalvisie voor de site uit te werken. Beide zijn van mening om de gesloten site open te gooien voor een betere interactie met de buurt. Het GO! wil ook haar resterende activiteiten niet als een eiland op de site organiseren. Hert GO! werkt daarom aan een doorgedreven versie van het concept ‘Brede School’. Hiermee wil het GO! Op grote ruimtes op een flexibele manier inzetten. Bijkomstig is op de site heel wat erfgoed aanwezig, wat een reconversie bemoeilijkt. In 2005 keurde de stad een inmiddels gedateerde RUP goed.

Voor deze conceptsubsidie zet de stad Dendermonde in op coproductie, multifunctioneel ruimtegebruik, ontwerpend onderzoek, historisch erfgoed en economische duurzaamheid.

Centraal staat de vraag hoe deze speerpunten ingezet kunnen worden om de site een motor te maken voor de verdere ontwikkeling van de binnenstad. Hierbij stellen ze een aantal bijkomende vragen:

  • uitwerken van een groeiscenario voor de school;
  • medegebruik door publieke functies (zoals museumdepot);
  • interactie met verschillende woongroepen, zowel in de omgeving als potentieel op de site;
  • kwalitatieve linken met omliggende functies (vestinggordel, culturele site Bastion V, station...)

Zowel de stad als GO! zetten eigen personeel en werkingsmiddelen in voor de opvolging. De stad heeft ook al de nodige contacten gelegd met Agentschap Onroerend Erfgoed om deel te nemen aan de stuurgroep. Andere actoren kunnen nog volgen. De site biedt wel mogelijkheden voor private ontwikkelaars, maar dit zal pas volgen na de studie (o.b.v. een kwalitatief kader). Het GO! kan als eigenaar van de site een erfgoedpremie aanvragen. Deze premie kan aangewend worden om de conceptstudie extra financiële ruimte te geven, waarbij er ook gericht kan worden op een aantal deelaspecten.

De stad verwacht volgende expertises:

  • Ontwerpend onderzoek in een stedelijke context;
  • Bedenken van innovatieve oplossingen voor meervoudig ruimtegebruik;
  • Activeren van beschermd erfgoed;
  • Landschappelijke inpassing;
  • Kennis van vastgoedontwikkeling met berekening van financiële impact;
  • Participatie en stakeholdermanagement.

De jury meent dat dit een aanvraag is met groot potentieel, zowel omwille van de kenmerken en ligging van de site als de samenwerking tussen GO! en de stad Dendermonde, die het bestuur zou toelaten om haar regiecapaciteit te versterken en GO! zou toelaten de scholencampus beter te verankeren in het stedelijk weefsel en multifunctioneel ruimtegebruik te promoten. De conceptsubsidie moet zich richten op het uitwerken van een ruimtelijk en programmatisch helder opgebouwd ontwikkelingsmodel. Daarvoor is het belangrijk dat de strategische doelen, zowel voor de stad als voor GO!, bij aanvang van het traject helder worden vastgesteld. Op die manier kan aan deze opdracht een duidelijk kader en hoge ambities worden meegegeven.

Gent - Werk aan de Watersportbaan

Neermeersen en Blaarmeersen strekken zich uit van de R4 tot aan de R40, en liggen ten zuidwesten van het Gentse stadscentrum. Ondanks (oudere) renovaties en recente toevoegingen is dit unieke gebied nog steeds doordrongen van het naoorlogse maakbaarheidsideaal. Deze ruimtelijke kwaliteit lijkt de laatste jaren echter steeds meer te worden afgebouwd, onder andere door een fragmentarische aanpak en weinig coherente keuzes op vlak van bestemming, landschappelijk kader, mobiliteit, beeldkwaliteit, erfgoedwaarde en architectuur. Een globale en integrale sociaal-ruimtelijke benadering ontbreekt. De sociaal-maatschappelijke uitdagingen zijn nochtans niet min. De wijk scoort op alle armoede-indicatoren hoog. De sociale samenhang en de algemene leefbaarheid staan dan ook erg onder druk. Het sociaal isolement en de vereenzaming zijn groot. Ruimte en mensen bestaan veelal naast, in plaats van met elkaar. De uitgestrektheid van het gebied is ongetwijfeld een troef, maar ze maakt ook dat de sociale problemen onder de radar blijven. Het water, de ruimte, het groen, de woningen in campusmodel, de verschillende (wijkoverstijgende) faciliteiten, … zorgen voor minder zichtbare weerstand, minder zichtbare overlast en minder zichtbare spanning. De stad zet in op een geïntegreerde sociaal-ruimtelijke visie-ontwikkeling die de samenhang tussen (1) sport, recreatie, open ruimte en groen, (2) de sociale hoogbouw en de verschillende campussen, (3) diverse mobiliteitsingrepen en (4) de sociale en economische voorzieningen, centraal plaatst.

Op het einde van het traject moeten de visie en doelstellingen gedefinieerd zijn, zodat de stad Gent het resultaat van de conceptstudie kan gebruiken om op lange termijn verder te werken én op korte termijn input te leveren voor lopende trajecten. Voor de eerste keer zal de Stad werken aan een gebied dat geen ‘klassieke’ 19e eeuwse wijk is en waarin heel wat functies met een bovenlokaal belang te vinden zijn. In dit gebied zijn op dit moment heel wat masterplannen of ontwikkelingsplannen (onder meer RUP Halfweg, masterplan Offerlaan, private ontwikkelingen van Securex, Dunant Gardens, Daskalidessite, …). De stad zoekt een instrument dat kan sturen op deze ontwikkelingen, die vaak niet onder het eigenaarschap van Stad Gent vallen. Door het Vlaams opdrachtgeverschap kunnen de verschillende potenties én moeilijkheden van het gebied met een open blik en open vizier ontleed worden: op vlak van sport, recreatie, open ruimte en groen; het ontwikkelingspotentieel; Mobiliteitsingrepen; Sociale noden. In de uitwerking zal de stad een kerngroep en een begeleidingsgroep met alle betrokken partners startten. Ter voorbereiding organiseerde de stad reeds een bouwmeester-kamer om zo breed mogelijk alle noden in beeld te brengen.

De jury deelt de visie dat het hier over een bijzonder interessant gebied gaat, waarvoor de uitdagingen zowel op ruimtelijk als op sociaal vlak groot zijn en de oplossing gezocht moet worden in een geïntegreerd sociale en ruimtelijke benadering. De conceptstudie kan zo de basis leggen voor een omvangrijk en ambitieus stadsvernieuwingsproject. Het gebied van de watersportbaan valt buiten de reguliere scope van de wijkgerichte stadsvernieuwing die in Gent werd ontwikkeld. De conceptsubsidie is een kans om de lokale ambities rond mensgericht plannen te vertalen in een vernieuwde stadsvernieuwingsaanpak. Het gebied is een stuk groter dan gewoon is voor stadsvernieuwingsprojecten en er is een zeer grote diversiteit in functies en gebruik. Bijzonder is ook de combinatie van verschillende schaalniveaus: enerzijds zijn er de noden en verwachtingen van grote spelers die aanwezig zijn in het gebied, anderzijds moet de leefbaarheid voor de lokale bewoner worden verbeterd. Het is deze combinatie van opgaven die de conceptstudie volgens de jury erg interessant maakt.

Leuven - Sint-Jacobskerk en omgeving als wijkhart voor de benedenstad

De Sint-Jacobskerk bevindt zich in een stadsdeel – gekenmerkt door de Dijlevallei en het oudste Leuvense erfgoed. Tot voor kort was dit gebied sterk ondergewaardeerd, maar momenteel kent het een golf van private en publieke stadsvernieuwingsprojecten. De stad greep deze aan om in te zetten op het beleefbaar en groen maken van Dijle-armen en het herontwikkelingspotentieel van erfgoed te tonen. De aanpak van de mobiliteitsproblematiek en van de publieke ruimte moeten de troeven van dit stadsdeel in de toekomst nog meer uitspelen.

Er is nood aan een wijkhart voor de benedenstad, een ontmoetingsplek voor  oude en nieuwe buurtbewoners, waar verenigingen aan gemeenschapsopbouw doen. Leuven grijpt de herbestemming van de Sint-Jacobskerk aan als hefboom om de relatie met en de betekenis van de omliggende publieke ruimte te herbekijken zodat hier een vitaal wijkhart verrijst te midden van de grote stadsvernieuwing.

Redenen conceptsubsidie

  • participatief proces en uitwerken van een inhoudelijke werking, organisatie- en beheersmodel
  • op zoek gaan naar het gezamenlijk installeren van centraliteit in dit stadsdeel
  • ontwerpend onderzoek – uiteraard in co-creatie –  om de ruimte (van de kerk en van de omliggende open ruimte) af te stemmen op de noden, en zoektocht naar de ruimtelijke missing links om het project echt te kunnen inbedden in de benedenstad.

De jury meent dat de herbestemming van een historisch kerkgebouw een herkenbaar en actueel vraagstuk is. Dit vraagstuk wordt in deze vraag voor conceptsubsidie op interessante wijze verknoopt met de ontwikkeling van een beheermodel dat moet toelaten om een programma, gericht op gemeenschapsvorming, te combineren met een co-creatief ontwikkelingsmodel met de zorg voor de werking in de handen van een nieuwe gemeenschap of common. Deze opgave is relevant voor de lokale context maar gezien de grote herkenbaarheid  kunnen er ook lessen uit getrokken worden voor andere steden.

Roeselare, Zwerfruimte met potentieel voor verweving en verdichting

Roeselare staat als snel groeiende stad onder druk qua open ruimte. De stad Roeselare wil graag zien hoe ze maximaal kunnen verdichten en verweven zonder (al te veel) te bouwen. Hiervoor kijkt de stad Roeselare naar opportuniteiten bij winkelpanden in het kernwinkelgebied van de stad. Zo kan de onderbenutte ruimte boven winkels een antwoord bieden op de vraag naar verdichting zonder te bouwen. Echter, dit is geen gemakkelijk gegeven aangezien er een aantal juridische en administratieve belemmeringen zijn. Ook de eigenaars van de panden overtuigen via een financiële compensatie geen onverdeeld succes. Roeselare wil met de conceptsubsidie deze problematiek aanpakken.

De stad schuift drie ruimtelijke vraagstukken naar voor:

  • Hoe kan het beter? Welke belemmeringen staan de eigenaars in de weg? Welke alternatieven op verordeningen en premies kunnen wel het gebruik van de bovenverdiepingen aanmoedigen?
  • Hoe kan het slimmer? Bestaan  er andere mogelijkheden om toegang te verschaffen tot de bovenverdiepingen van panden in het kernwinkelgebied?
  • Hoe kan het intensiever? Welke programma’s zijn mogelijk binnen de specifieke context van een kernwinkelgebied met zijn kenmerkende panden?

Met de conceptsubsidie wil de stad komen tot:

  • Een verder opwaardering en invulling van het kernwinkelgebied;
  • Nieuwe mogelijkheden om onderbenutte ruimtes een functie te geven, in een centrum waar de nood aan ruimte groot is;
  • Mogelijkheid om de steegjes in het kernwinkelgebied meer te benutten. Deze steegjes krijgen een groene aankleding in het kader van het project ‘De Groene Gordel’. Kan dit momentum benut worden om ook ander potentieel te benutten?

De jury meent dat de problematiek van leegstand boven winkels niet nieuw is en veelvuldig aanwezig is in zowel grote en kleine steden. De problematiek is hardnekkig en vraagt net daarom conceptuele vernieuwing in de aanpak. Roeselare probeerde reguliere instrumenten (premies) om intensiever gebruik aan te moedigen en ziet de beperkingen van die aanpak in. Via de conceptsubsidie zoekt Roeselare naar een aanpak die toegesneden is op de specifieke configuratie van het Roeselaarse winkellint (plekken van doorsteken, specifieke panden, specifieke actoren, specifieke markteconomische situatie…) met een systematische methodiek die volgehouden kan worden en ook elders kan worden ingezet.