Oproep Wijkverbeteringscontracten 2021

  • 22 december 2021

In het kader van het relanceplan Vlaamse Veerkracht maakte Vlaams minister Bart Somers, bevoegd voor het Binnenlands Bestuur, 7.600.000 euro vrij voor de realisatie van wijkverbeteringscontracten.

Met de oproep wijkverbeteringscontracten ondersteunt de minister Vlaamse steden en gemeenten bij het aanpakken van uitdagingen in kwetsbare wijken. De wijkverbeteringscontracten spitsen zich vooral toe op uitdagingen die de ‘lokale’ draagkracht en hefbomen overstijgen. De focus ligt daarbij op afgebakende wijken, met hardnekkige en onderling verweven uitdagingen maar ook kansen, bijvoorbeeld op het vlak van het samenleven, de veiligheid,  de gezondheid, de economie, het wonen en/of infrastructurele uitdagingen.  

20 lokale besturen dienden een aanvraag in  voor de opmaak van een wijkverbeteringscontract in hun gemeente of stad. In 11 geselecteerde wijken is een wijkverbeteringscontract afgesloten.

De lokale besturen waar een wijkverbeteringscontract wordt afgesloten zijn: Beringen, Brugge, Denderleeuw, Dendermonde, Genk, Gent, Hasselt, Mechelen, Oostende, Sint-Niklaas en Vilvoorde.

Vertrekkend vanuit de eigenheid van de wijk, beoogt dit contract oplossingen via een mix van harde en zachte maatregelen. Verschillende lokale, bovenlokale en Vlaamse actoren gaan daarvoor engagementen aan. Een wijkverbeteringscontract wil immers ruimte creëren voor nieuwe paden en experimenteerruimte. Tot de mogelijkheden behoren o.a. (het bestuderen van de mogelijkheid tot) regelluwe zones, experimentenregelgeving, vernieuwende ICT-oplossingen, kleinschalige infrastructuurwerken, enz.

  • Beringen - Tuinwijk Beringen-Mijn - € 580.000
  • Brugge - Zeebrugge: van analyses tot realisaties - € 768.000
  • Denderleeuw- Leeuwbrug renoveert - € 575.306
  • Dendermonde – Bijloke - € 326.000
  • Genk - Nieuwe en versterkte aanpak in Waterschei - € 800.000
  • Gent - WEB-Op de grens Rabot-Blaisantvest-Sluizeken-Tolhuis-Ham - € 799.494
  • Hasselt- Oude Statie-Runkst: dak- en thuislozenwerking - € 771.200
  • Mechelen- Arsenaal speelt thuismatch - € 800.000
  • Oostende - Zorgzame buurt Westerkwartier - € 800.000
  • Sint-Niklaas – Kroonmolenwijk - € 580.000
  • Vilvoorde - Wijk Centrum - € 800.000

Beringen - Tuinwijk Beringen-Mijn

Het project Tuinwijk Beringen-Mijn betreft zowel het concretiseren van ruimtelijke vraagstukken als de bewonersversterking via een integrale aanpak met (1) een duidelijke regierol, (2) maximale participatie en (3) professionele partners. De voornaamste aandachtspunten omvatten wonen, ouderenbeleid, erfgoed, werkzaamheidsgraad, mobiliteit, woningrenovatie en -kwaliteit.

Centraal staat in dit wijkverbeteringscontract het verhogen van de kwaliteit van huurwoningen. Het woningadviesonderzoek geldt als nieuw instrument om bemiddelend en adviserend op te treden naar huurder/verhuurder. De stad Beringen wil een (regelluw) kader ontwikkelen om tot versnelde toegang tot sociale huisvesting te komen. Relevante actoren hierbij zijn o.m. Wonen Vlaanderen/Erfgoed Vlaanderen. Wonen Vlaanderen gaf in een verkennend overleg met de stad Beringen aan om interesse te hebben om aan een (regelluw) kader mee te werken rond een woningadviesonderzoek naast de procedure onbewoonbaar/ongeschikt. Hiermee wil de stad Beringen evolueren van een sanctionerend naar een stimulerend en ondersteunend beleid. De stad Beringen wil hierbij ook werken met een rollend fonds.

De stad Beringen ontwikkelt samen een werkplek voor talentvolle ondernemende bewoners waar ze (ondersteund) experimenteren richting ondernemerschap. Ze willen de mogelijkheden onderzoeken en een kader ontwikkelen om profielen (o.a. huismoeders, uitkeringsgerechtigden) toe te leiden die in functie van de regelgeving niet in aanmerking komen. Relevante actoren hierbij zijn o.a. Agentschap I&I, VDAB, RVA, kinderopvang. De openheid van partners als VDAB en RVA om mee te denken over experimenteel/innovatief karakter van de werkplek/buurtatelier en regelluw kader daarrond is even cruciaal en innovatief als samenwerkingsvorm. Ze willen de mogelijkheden onderzoeken om een regelluw kader te ontwikkelen om mensen te activeren vanuit het “grijze economische circuit”, eventueel samen met RVA. VDAB neemt de activering van de niet actieve beroepsbevolking en het stimuleren van het ondernemerschap op in de samenwerkingsovereenkomst met de stad.

De jury vindt dit een veelbelovend project, waarin een aantal complexe en samenhangende uitdagingen in een voormalige mijncité worden aangepakt, die ook relevant zijn voor andere steden. De combinatie van het aanpakken van de woonkwaliteit - de bijkomende uitdaging om dit te doen in de context van een erfgoedensemble - en de koppeling aan het stimuleren van ondernemerschap in de wijk, vormt een interessant palet aan acties. De stad heeft er een uitgebreid voortraject op zitten dat leidde tot een langetermijnvisie voor de wijk, dat prioriteiten in kaart brengt en een duidelijk richting aangeeft, en ook als kader zal dienen voor het wijkcontract en het vervolg.

Brugge - Zeebrugge: van analyses tot realisaties

Het project beoogt verder te bouwen op de revitaliseringsstudie, die in 2017 uitgevoerd werd door het Vlaams  Team Stedenbeleid en de stad Brugge  en een  conceptueel kader bood om de heropwaardering van Zeebrugge vorm te geven. De studie biedt voor de ontwikkeling van zowel de haven als de woongemeenschap van Zeebrugge een perspectief en werd in 2020 bijgewerkt in functie van de voorkeurslocatie van de nieuwe zeesluis. De verschillende partners willen met het wijkverbeteringscontract nu  al, voorafgaand  aan  de  eigenlijke  start  van  de  werken  (2024),  inzetten  op  de leefbaarheid van Zeebrugge. Dit wil de stad doen aan de hand van realisaties op korte termijn en door structuren op te zetten die ook in een latere fase van het complex project een belangrijke rol kunnen spelen.  Dit project moet aldus de aanleiding zijn voor een versnelde en zichtbare opwaardering van Zeebrugge. Kwetsbare inwoners moeten een betere ondersteuning krijgen. De stad wil het vertrouwen van burgers terugwinnen en zet in op verbinding  via vijf projectonderdelen: Toegankelijke en inclusieve dienstverlening; Duurzame en veilige wijkmobiliteit en verbindende infrastructuur; Aantrekkelijke wijkinfrastructuur; Organisatie en ondersteuning van verbindende activiteiten en het verbinden van Zeebrugge met de klimaattoekomst via een lokale energiegemeenschap en klimaatwijk. De jury meent dat dit een aanvraag is met groot potentieel, zowel omwille van de kenmerken en ligging van de site als de samenwerking tussen GO! en de stad Dendermonde, die het bestuur zou toelaten om haar regiecapaciteit te versterken en GO! zou toelaten de scholencampus beter te verankeren in het stedelijk weefsel en multifunctioneel ruimtegebruik te promoten. De conceptsubsidie moet zich richten op het uitwerken van een ruimtelijk en programmatisch helder opgebouwd ontwikkelingsmodel. Daarvoor is het belangrijk dat de strategische doelen, zowel voor de stad als voor GO!, bij aanvang van het traject helder worden vastgesteld. Op die manier kan aan deze opdracht een duidelijk kader en hoge ambities worden meegegeven.

De jury vindt het een waardevol project met een duidelijke nood in de buurt. In het project zit duidelijk een multidimensionale aanpak die zich richt op meerdere substantiële problematieken zoals de dienstverlening, slechte woningen (voor huurders wegens tekort aan lange-termijndenken bij eigenaars) en een tekort aan sociale activiteiten. De doelstellingen zijn vrij algemeen  geformuleerd en de voorgestelde aanpak bestaat vooral uit een grote reeks kleinere initiatieven. De groepen waarop het project zich focust zijn zeer breed, van buurtbewoners (inclusieve dienstverlening) en jongeren (buddygerichte outdooractiviteiten) tot havenarbeiders (lokale energiegemeenschap). De voorgestelde maatregelen zijn matig vernieuwend (pleinen, buurtbudgetten, vernieuwende diensten) en hebben weinig tot geen aansluiting met instrumenten voor regelluw of experimenteel werken. Wat wel een groot meerwaarde aan het project is, zijn de samenwerkingen met weinig voor de hand liggende partners in de wijk (militairen, haven, ondernemers,…) die als voorbeeld gebruikt kunnen worden naar andere wijken in Vlaanderen. 

Denderleeuw- Leeuwbrug renoveert

De gemeente Denderleeuw zet vooral in op (1) woonkwaliteit (wijkrenovatie), (2) een extra buurtopbouwwerker, (3) omvorming energiepremie-reglement, (4) voorzien van stekantenne (mobiele constructie/container voor buurtopbouwwerker) en (5) publieke infrastructuur. De gemeente Denderleeuw wil met het wijkverbeteringscontract de bewoners begeleiden bij het renoveren en samenleven in Leeuwbrug om zo veel mogelijk woningen betaalbaar en efficiënt te renoveren alsook de wijk te doen groeien naar een betrokken wijk met buurtsolidariteit. Naast renovatie legt de gemeente graag de nadruk op het streven naar buurtcohesie en het gevoel van samenhorigheid. Uit het meerjarenplan van Denderleeuw komen vier strategische doelstellingen naar voor: Bouwen aan buurten, iedereen mee, zo is Denderleeuw en Een sterk team tot jouw dienst.

Concreet werkt de gemeente Denderleeuw samen met RenoseeC om zo via een één-op-één relatie tot een versnelde renovatie van de buurt te komen.

Het project is vernieuwend omdat Leeuwbrug in een identiteitscrisis zit. Deze leidt tot een schijnbaar onoplosbaar vraagstuk. Er zal daarbij deur-aan-deur tijd genomen worden om iedereen, ook de kwetsbare bewoners, bij dit project te betrekken. De Stuurgroep en klankbordgroep, volgen het project nauwgezet op en  bestaat uit alle betrokken partners.

De jury vindt dat de gemeente Denderleeuw zeer goed heeft kunnen aangeven waarom er een bijzondere noodzaak is om te investeren in het versterken van de wijk Leeuwbrug. Het voorgestelde idee om in te zetten op het versterken van de wijk door de buurtcohesie te versterken, de kwaliteit van de woningen te verbeteren en de openbare ruimte aan te pakken kan op goedkeuring van de jury rekenen.

De jury heeft wel nog enkele opmerkingen en tips over de uitvoering van het project. Terwijl de focus op het verbeteren van de woonkwaliteit door uitgebreide begeleiding aan huis zeer goed is, zijn de subsidies die worden ingezet om de huurwoningen in de wijk te verbeteren minder slim gekozen. Terwijl er niets mis is met het principe om huurwoningen te verbeteren door inzet van gerichte subsidies, zijn deze te hoog in verhouding tot de verwachte inspanningen. Hierdoor krijgen eigenaar/verhuurders een extra beloning op hun inkomsten die sowieso al onvoldoende worden belast. Daarom kiest de jury ervoor om de hiervoor voorziene bedragen uit de subsidie te schrappen.

In het dossier werd op verschillende plaatsen gebruik gemaakt van termen die, in de ogen van de jury, problematisch zijn in dossiers zoals deze. “Verkleuring” is bv. een term die de jury niet graag ziet terugkomen in verdere communicatie van de stad. Ook wordt in het dossier een term vermeld die “niet-kwaadmoedig “ in de wijk zou worden gebruikt. Hoewel de jury niet in vraag stelt dat deze term inderdaad nog zal worden gebruikt, is het maar zeer de vraag hoe die nu nog als “niet-kwaadmoedig” kan worden bestempeld.

Dendermonde – Bijloke

Het project Bijloke heeft als primaire doelgroep de jongeren. Jongeren vormen niet alleen de toekomst van deze wijk, maar staan ook in relatie tot diverse problematieken. De doelstellingen van het project zijn community building, perceptie ombuigen en empowerment. De stad Dendermonde wil dit doen door (1) de opmaak van een actieplan op basis van het participatief onderzoek van HoGent, (2) de aanstelling van een buurtsportmedewerker als brugfiguur, (3) het voorzien van uitdagende indoor en outdoor ontmoetingsplekken via een burgerbudget, (4) de inrichting van een buurtpunt en (5) een versterking van een digitaal buurtnetwerk. Outreachende opdrachten willen ze uitvoeren op basis van een fictieve bestelwagen. Die bestelwagen is samengesteld uit een buurtzorgmedewerker, brugfiguren voor onderwijs en kinderopvang, jeugdopbouwwerkers,... Zij vormen samen een cross-functioneel team die de buurt gaan versterken. Het vernieuwende is dat de buurtsportmedewerker samen met de andere collega’s de bestelwagen en de app Hoplr zal gebruiken om de primaire doelgroep jongeren outreachend te bereiken. Via het ‘Smart City Pakket’ dat Hoplr aanbiedt, zullen ze ook in staat kunnen zijn om continue monitoring te doen van initiatieven die genomen worden. Relevante Vlaamse actoren zijn het Vlaams expertisecentrum voor Buurtsport, in functie van kennisdeling van andere buurtsportinitiatieven, en de VDAB met de samenwerkingsovereenkomst ‘Samen sterk voor lokaal werk in 2020-2025’.

De jury vindt dit wijkverbeteringscontract een haalbaar voorstel met een mooie testcase voor buurtsport als verbindende en lokale participatietool. Het onderdeel buurtsport als hefboom en de risico-analyse werden niet altijd even goed onderbouwd maar de jury is benieuwd naar de mogelijke resultaten met betrekking tot de vooropgestelde visie. Er is sprake van een multidimensionele en substantiële problematiek waarbij jongeren als primaire doelgroep van het wijkverbeteringscontract worden aangeduid. Met het ingediende wijkverbeteringscontract wil de stad Dendermonde vooral inzetten op community building en het ombuigen van de negatieve perceptie die ontstaan is. Ze geven aan dat er heel wat potentieel is in de wijk, maar dat dit nog te weinig getoond wordt naar zowel de buitenwereld als de wijk Bijloke zelf. Daarnaast is het empoweren van jongeren ook een belangrijke doelstelling waarvoor ze participatie en buurtsport als tool willen gebruiken.

Genk - Nieuwe en versterkte aanpak in Waterschei

Het project Nieuwe en versterkte aanpak in Waterschei beoogt de uitbouw van een gecoördineerde, operationele samenwerking op het snijpunt van veiligheid, wonen, welzijn en sociale cohesie. Waterschei is een kwetsbare wijk met heel wat troeven, waarbij de goede burencontacten erg belangrijk zijn, maar waarbij de instroom van een extreem kwetsbare groep erg veel druk legt op de wijk en de samenleving. Een aantal wijkproblematieken overstijgen de capaciteit van het lokaal bestuur, zoals een slechte arbeids- en woonsituatie gekoppeld aan malafide huiseigenaars en werkgevers. Als stad heeft Genk weinig impact op de achterliggende mechanismen m.b.t. tewerkstelling en huisvesting die ervoor zorgen dat net deze kwetsbare groep arbeidsmigranten (van Bulgaarse origine) in precaire situaties terechtkomen. Er is ook het inburgeringsaspect: vandaag neemt slechts één op 8 van de Bulgaarse doelgroep deel aan de programma's voor inburgering (rechthebbende EU-burgers). Anderzijds ziet men dat het samenleven in de wijk moeilijk loopt en dat een beperkte kennis van de taal en van de dagdagelijkse samenlevingsvormen hier zeker debet aan zijn. Op vlak van inschrijvingsbeleid en regelgeving daaromtrent heerst er een tegenstrijdigheid tussen de vreemdelingenwetgeving en de regelgeving met betrekking tot de bevolkingsregisters. Op vlak van wonen wil men op zoek naar experimenteerruimte in de Vlaamse regelgeving om de grijze zone tussen de Codex Wonen en het Logiesdecreet m.b.t. niet-toeristische verblijven voor tijdelijk gebruik te kunnen omkaderen en te handhaven.

De jury vindt het een veelbelovend project. Het vernieuwende karakter schuilt in de geïntegreerde aanpak van veiligheid, wonen, welzijn en sociale cohesie die voorts ook ingebed wordt in de bestaande werking en initiatieven. Belangwekkende vernieuwingen zijn zeker ook de ontwikkeling van een nieuw registratiesysteem en het creëren van een woonkader voor arbeidsmigranten. Deze elementen hebben een hoog potentieel om ook elders toegepast te worden. Het wijkverbeteringscontract voorziet in het betrekken van de reguliere partners (wijkpartners en stedelijke diensten), maar daarnaast ook in het uitbouwen van samenwerkingen met tal van andere partners. Deze zijn functioneel gekozen en hun rol en meerwaarde voor het slagen van het project zijn duidelijk. De kennisopbouw die het project realiseert is van grote waarde voor de betrokken wijk en groep, en bij uitbreiding ook voor Vlaanderen en andere Vlaamse steden waarvan er een groot aantal met vergelijkbare problemen kampt. De jury beschouwt het tevens als een ‘high risk-high gain’ project: indien het in haar ambitieuze opzet slaagt, kan het wijkverbeteringscontract (of minstens delen ervan) een belangrijke voorbeeld- en hefboomfunctie hebben.

Gent - WEB-Op de grens Rabot-Blaisantvest-Sluizeken- Tolhuis-Ham

Het project beoogt het ombouwen van een RESTplek tot  een RUSTplek. Het lint dat de wijken Rabot-Blaisantvest en Sluizeken-Tolhuis-Ham verbindt is eigenlijk een restplek in de stad. Mensen wonen er in kwetsbare situaties, verhuizen snel, verbinden zich weinig met de buurt en de gemeenschap en leven er  aan de rand van de maatschappij. De stad Gent wil via integraal wijkgericht en participatief werken de samenhang verbeteren, vertrouwen herstellen, de stedelijke ruimte samen herstellen en de economische achterstand aanpakken. De huidige werking is te sterk gefocust op overlastaanpak en hulpverlening. De stad Gent wil een grotere slagkracht door aan  RUST te  bouwen via  twee  sporen. Een  spoor met  de  meest  precaire  ouders/bewoners/contexten  en een spoor met de meest precaire jongeren toe. Voor beide doelgroepen wil de stad Gent bouwen aan extra capaciteit om intensiever te kunnen werken en inzetten op vernieuwde expertise en methodieken (die fysieke en mentale ruimte creëren. Vlaams relevante domeinen zijn 1. Integratie en inburgering (drempels voor kwetsbare nieuwkomers EU13) en opgroeien (afstemming  preventief  jeugdwerk dat lokaal  vorm  krijgt,  en  curatief  jeugdwerk dat via  agentschap  opgroeien  Vlaams  vorm  krijgt, afstemming tot gezinsbeleid dat zowel lokaal als Vlaams aangestuurd wordt). Ze  vragen  om  een regelluwe  ruimte (zonder  het  hoogdrempelige  mechanisme  van  doorverwijs  en toewijs), waarin ook bovenlokale actoren (organisaties als parket en hulpverlening binnen de jeugdhulp) kunnen inspelen  op  lokale  noden  en  signalen. De stad Gent heeft ook ingediend op een VLAIO-oproep met een sensor-project om de veiligheid, vooral i.f.v. het hoge onveiligheidsgevoel aan te pakken.  

De jury vindt dit een goed uitgewerkt projectvoorstel waarbij de gebruikte methodieken en geleerde lessen een grote waarde kunnen hebben voor andere steden en gemeenten die op termijn met gelijkaardige problematieken geconfronteerd kunnen worden. Het project richt zich op een zeer specifieke kwetsbare doelgroep, namelijk de bewoners van Bulgaarse origine. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan de subgroep Bulgaarse jongeren omdat zij met eigen specifieke kwetsbaarheden (geen binding met onderwijs of arbeidsmarkt) worden geconfronteerd. De bedoeling van dit wijkverbeteringscontract is om de nodige rust in te kunnen bouwen voor de doelgroep in kwestie om vandaaruit participatief met hen aan de slag te kunnen gaan en hen te ‘activeren’. Het vernieuwende aan dit project is in de eerste plaats de specifieke doelgroep waarmee aan de slag gegaan zal worden. Ook de vraag naar regelluwe ruimte vanuit een actieve rechtenbenadering en in samenwerking met bovenlokale actoren wordt door de jury als vernieuwend en positief ervaren. Verder wordt er in het projectvoorstel vermeld dat er ingezet zal worden op vernieuwde expertise en methodieken. De verdere uitwerking hiervan in concrete acties blijft vaag maar dat wordt dan weer gecompenseerd door de duidelijk afgebakende doelgroep en de vermelding van wat de stad Gent nog niet weet en graag wil leren uit dit traject.

Hasselt- Oude Statie-Runkst: dak- en thuislozenwerking

Het project Oude Statie-Runkst: dak- en thuislozenwerking beoogt het verbeteren van de levenskwaliteit van de dak- en thuisloze inwoners van de wijk Oude Statie-Runkst in combinatie met de handhaving van een sociale en veilige buurt. De nieuwe locatie voor de dak- en thuislozenopvang (nu Cafe Anoniem) ligt verscholen in een hoek tussen een ruime spoorwegbedding en de brug van de N80 (Sint-Truidersteenweg) over de spoorwegbedding. Project is nieuw in de zin dat een bijzondere groep van bezoekers op korte termijn (start dak- en thuislozenwerking met dag- en nachtopvang Oude Statie in 2024 bij de voltooiing van de nieuwbouw) deel zal uitmaken van deze wijk. In die zin legt het project de bijzondere combinatie van zowel inwoners die per definitie niet gebonden zijn aan een wijk, met name dak- en thuislozen met een buurt die in een grijze zone valt. In de uitwerking van het WVC zijn er een aantal zeer praktische drempels/obstakels op ruimtelijk vlak waarvoor samenwerking noodzakelijk is, met name voor de heraanleg van de openbare ruimte rond de N80 en aan de Sint-Truiderbrug (waarvoor het akkoord van AWV vereist is als wegbeheerder) en overleg met Infrabel m.b.t. de verbeterde beveiliging van de spoorwegbedding.

De jury waardeert de ambities van het project: het oplossen van het NIMBY syndroom staat hoog op de agenda van elke gemeente die soortgelijke acties beoogt. De demografische diversiteit van deze wijk en haar (fysiek) besloten karakter bieden een unieke kans om met deze middelen oplossingen of tenminste deeloplossingen te ontwikkelen. De beveiliging in al zijn schakeringen en het heractiveren van de naar schatting 200 dak- en thuislozen lijken een groot deel van de begroting op te nemen.  De verspreidingstafels, de maatregelen rond buurtbetrokkenheid en het mobiliseren van een buurtpsycholoog daarentegen, bieden hoopgevende perspectieven. Het project en de opvolgprocessen bieden vertrouwen dat de lokale doelen bereikt zullen worden. Bij de concretisering van het project kan het nodig zijn de formele participatie en communicatie te versterken.

Mechelen- Arsenaal speelt thuismatch

Het project Arsenaal speelt thuismatch beoogt het activeren van het menselijke kapitaal in de wijk Arsenaal om in co-creatie positieve veranderingen in de wijk te initiëren. De stad wil drie essentiële problemen aanpakken: gebrek aan sociale cohesie, slechte woonkwaliteit en onveiligheid: bewoners krijgen een wijkbudget ter beschikking om samen met een sociale cohesiecoach zichtbare quick wins te realiseren (ontharding, vergroening via tegeltuintjes, kunst in het straatbeeld,…). Samen dingen doen zorgt voor connectie tussen mensen, een frisse aanblik van de wijk én minder onveiligheidsgevoelens. Ten tweede heeft de wijk een diepgaand veranderingsproces nodig. De kwaliteit van de woningen moet structureel verbeteren. Een wijkjurist ondersteunt huurders en eigenaars bij renovatieprojecten, ontwikkelt sluitende procedures tegen leegstand en bedenkt binnen een regelluwe beleidsruimte innoverende maatregelen. Geïnspireerd op Open Hiring, biedt de stad laaggeschoolde maatschappelijk kwetsbare jongeren met weinig toekomstperspectieven een job als preventiewerker/toezichthouder. Dit leidt tot meer toezicht en sociale controle in de wijk alsook jongeren die hun talenten en vaardigheden ontwikkelen en motivatie vinden om naar een reguliere tewerkstelling door te stromen. Om deze jongeren te coachen werven we een preventieconsulent aan. De stad Mechelen wil, voor het eerst in Europa, het Amerikaanse Collective Impact Model toepassen. De Vlaamse Agentschappen voor Wonen, Energie en Klimaat worden gevraagd de haalbaarheidsstudies inhoudelijk te ondersteunen en draagvlak te creëren voor regelluwe praktijkexperimenten met geconventioneerd verhuren en/of split incentivefinanciering (ook op vlak van energie).

De jury stad diende een goed onderbouwd dossier in, met een geïntegreerde aanpak en een palet aan harde en zachte maatregelen. De jury vindt het een veelbelovend project. De kennisopbouw die het project realiseert is van grote waarde voor de betrokken wijk en groep, en bij uitbreiding ook voor Vlaanderen en andere Vlaamse steden waarvan er een groot aantal met vergelijkbare problemen kampt. De jury beschouwt het tevens als een ‘high risk-high gain’ project: indien het in haar ambitieuze opzet slaagt, kan het wijkverbeteringscontract (of minstens delen ervan) een belangrijke voorbeeld- en hefboomfunctie hebben. Op vlak van woonkwaliteit en renovatie heeft de stad Mechelen goed in de vingers welke instrumenten ingezet kunnen worden en kan het een voortrekkersrol spelen voor andere steden.

Oostende - Zorgzame buurt Westerkwartier

De jury merkt op dat het project Zorgzame buurt Westerkwartier inzet op meerdere facetten die op elkaar aansluiten. De uitdagingen in Westerkwartier zijn groot. De wijk kan zeker als kwetsbaar worden beschouwd en het gebrek aan sociale cohesie is alarmerend. Geen van de vele partners kan deze uitdagingen alleen aan. Tot op heden ontbreekt er een structurele wijkregie die alle actoren en hun werkingen op elkaar doet afstemmen. De doelstellingen zijn concreet en doordacht geformuleerd. De jury merkt op dat er zeer veel acties voorzien zijn waarvoor het budget mogelijkerwijs niet toereikend is.  Het is een veelomvattend project met een geïntegreerde aanpak: sociale, verbindende aspecten worden gekoppeld aan technische ingrepen (bv herinrichting openbare ruimte) om woonkwaliteit in de brede zin voor elke bewoner individueel op te krikken. Hierbij wordt de aanwezige diversiteit als een sterkte bekeken en benut. De systematische aanpak biedt een mogelijke voorbeeldfunctie voor andere wijken.

De jury merkt op dat het project Zorgzame buurt Westerkwartier inzet op meerdere facetten die op elkaar aansluiten. De uitdagingen in Westerkwartier zijn groot. De wijk kan zeker als kwetsbaar worden beschouwd en het gebrek aan sociale cohesie is alarmerend. Geen van de vele partners kan deze uitdagingen alleen aan. Tot op heden ontbreekt er een structurele wijkregie die alle actoren en hun werkingen op elkaar doet afstemmen. De doelstellingen zijn concreet en doordacht geformuleerd. De jury merkt op dat er zeer veel acties voorzien zijn waarvoor het budget mogelijkerwijs niet toereikend is.  Het is een veelomvattend project met een geïntegreerde aanpak: sociale, verbindende aspecten worden gekoppeld aan technische ingrepen (bv herinrichting openbare ruimte) om woonkwaliteit in de brede zin voor elke bewoner individueel op te krikken. Hierbij wordt de aanwezige diversiteit als een sterkte bekeken en benut. De systematische aanpak biedt een mogelijke voorbeeldfunctie voor andere wijken.

Sint-Niklaas – Kroonmolenwijk

De stadsdiensten en initiatieven die op dit moment in de Kroonmolen actief zijn, werken erg verkokerd. Vanuit hun eigen logica en doelstellingen hebben ze elk een eigen netwerk en werking opgebouwd. Hierdoor worden niet alle kansen benut. Te vaak verdwijnt met het initiatief ook het opgebouwde netwerk. Het wijkverbeteringscontract biedt de kans om een doordachte transversale werking op wijkniveau uit te bouwen in functie van gemeenschappelijke doelstellingen. Dit willen we doen door onderbouwd te experimenteren en te leren. Om de problematieken/uitdagingen/kansen aan te pakken vertrekt de stad van 3 pijlers: Vertrekken van wat er leeft in de wijk; Versterken van het wijknetwerk; Verbeteren van leefbaarheid. Momenteel loopt een conceptsubsidie rond het aangrenzend gebied SVK (opzetten van stedelijk programma met behoud bedrijvigheid). Als belangrijkste vernieuwende elementen kunnen genoemd worden: de inzet van een wijkregisseur, de implementatie het model Nieuwe autoriteit (NA), waarbij elke betrokken partner ageert vanuit zijn kracht maar met een gemeenschappelijke visie (cf. Antwerpen, Leuven), de ruimte voor innovatie en experiment,(bv. tijdelijke invulling van onbenutte terreinen of gebouwen, speelstraten, leefstraat,...) en het werken met wijkbudgetten.

De jury waardeert het experimentele karakter en bottom-upbenadering van het voorgestelde wijkverbeteringscontract. Welke problematieken de concrete inzet van het wijkverbeteringscontract bepalen, en wat bijgevolg de concrete doelen zijn, wordt niet a priori bepaald maar zal ingegeven worden door een wijkanalyse aan de start van het traject. Hoewel een dergelijke open procesbenadering zeker haar merites heeft evenals een hoog potentieel om vernieuwend te zijn, maakt deze aanpak dat het moeilijk in te schatten valt. Door deze relatieve onbepaaldheid van de inhoudelijke doelstellingen kan dit worden beschouwd als een risicovolle aanpak, maar met potentieel sterke effecten. Ondanks deze open benadering worden reeds een aantal vernieuwende bestuurlijke instrumenten voorgesteld zoals het gebruik van een wijkregisseur en een model Nieuwe Autoriteit. De jury adviseert om loting als methode om de representativiteit van de startstudie te garanderen te heroverwegen, i.e. om op een andere wijze een zinvolle representativiteit te garanderen. De wijkanalyse dient immers een stevig fundament te bieden voor het traject dat in sterke mate hierop zal voortbouwen.

Vilvoorde - Wijk Centrum

De wijk Centrum kent veel uitdagingen. De stad Vilvoorde concentreert zich op het aanboren van het aanwezige talent, via een versterking van de starterswerking. Aandacht voor diversiteit is daarbij een basisvoorwaarde. Daarnaast gaat er aandacht naar het levendig en dynamisch houden van het kernwinkelgebied. Het doorbreken van een negatieve spiraal van verloedering van panden in de wijk Centrum via het proactief benaderen en begeleiden van eigenaars is een derde werklijn. De rode draad doorheen deze acties is het aanvaarden dat de overheid niet zelf alle problemen opgelost krijgt: drempels worden verlaagd, begeleiding wordt voorzien, maar uiteindelijk zijn het starters, eigenaars en geëngageerde vrijwilligers die zelf tot actie overgaan. Het START-huis (werknaam) moet het epicentrum zijn van die actie.

De structurele leegstand van handel wordt omgeturnd tot een motor van emancipatie en divers ondernemerschap, troosteloze gebouwenblokken maken plaats voor levendige woonbuurten, verwaarloosde gevels worden pamfletten van stedelijke vernieuwing.

Om ondernemerschap in het kernwinkelgebied ten volle te faciliteren wordt een tijdelijk (2022 – 2025) gedoogbeleid toegestaan: de functie van een gebouw kan vrij gewijzigd worden, zolang het een wijziging van of naar horeca, handel, dienstverlening of gemeenschapsvoorziening betreft. In het kader van experimenteerruimte via de startersbegeleiding, is een maanden durende vergunningsaanvraag inderdaad te vermijden.

De jury erkent de problematiek van winkelstraten in kleinere steden met lagere welvaartsindexen (Maasmechelen, Beringen, Genk, Turnhout). Het tijdelijke gedoogbeleid van de stad Vilvoorde biedt experimentele kansen om hier structureel in te grijpen. De unieke demografische situatie biedt daarnaast ook belangrijke mogelijkheden die weliswaar nog niet in dit project vervat zitten, maar er misschien wel kunnen incuberen. Uit een 10-tal belangrijke uitdagingen kiest dit project voor een focus op 3 elementen: (1) Een starterswerking als motor voor zelfstandige activiteiten. (Broeilab en START.huis); (2) Het kernwinkelgebied proberen te diversifiëren (Start.huis); (3)  De verloedering van panden op te lossen door eigenaars te begeleiden (verderzetting en uitbreiding). Een goede integratie van de drie elementen biedt kansen. Het START.huis blijkt een belangrijk verbindingshuis te worden waar alle partijen die hiervoor verantwoordelijk zijn samenkomen. De aanzet tot co-creatie met de buurt werd al ingezet. Hopelijk kan het START.huis ook hier een belangrijke rol vervullen. Het project en de opvolgprocessen bieden vertrouwen dat de lokale doelen bereikt zullen worden. Bij de concretisering van het project kan het nodig zijn de formele participatie en communicatie te versterken.