Projecten oproep veerkrachtige stad 2021

  • 22 december 2021

Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers lanceerde in maart 2021 de oproep ‘Veerkrachtige steden na corona’. Deze oproep kadert in het Relanceplan Vlaamse Veerkracht van de Vlaamse regering. De hoofdfocus ligt op grootschalige investeringsprojecten. Hiervoor werd uiteindelijk 20 miljoen euro ter beschikking gesteld.

Deze oproep appelleert aan de veerkracht van de Vlaamse steden om zich in en na de periode van de coronapandemie verder te ontwikkelen en te herdenken tot groeipolen van innovatie, diversiteit, ontmoeting en welvaart, met een verbeterde mobiliteit, met meer kwalitatieve publieke en private ruimte, met een verbeterde woonkwaliteit en met bovenal ook een versterkt economisch weefsel. Met deze oproep wil Vlaams minister Somers de steden financieel ondersteunen en bijdragen aan het (versneld) uitrollen van investeringsprojecten in die stadsdelen, wijken, centra, of buurten, waar die investeringen het meest nodig zijn. Corona heeft op bovengenoemde plaatsen de uitdagingen meer zichtbaar gemaakt, maar corona biedt er ook nieuwe kansen. Vlaams minister Somers nodigt de steden uit tot het indienen van projectsubsidieaanvragen voor de uitbouw van nieuwe werkingen die vanuit een geïntegreerde aanpak inzetten op vernieuwing en innovatie binnen de (1) sociale, (2) de fysieke en (3) de economische dimensie van een bepaalde stadsdeel, wijk of buurt.

Binnen deze oproep zijn 25 dossiers ingediend voor een projectsubsidie. 9 projecten ontvangen een projectsubsidie:

  • Aalst, Walstroom, 2.400.000 euro
  • Antwerpen, CoStA - Herontwikkeling stedelijke site Sint-Andriesplaats en Prekersstraat, 2.400.000 euro
  • Deinze, Herinrichting Stationsomgeving, 2.114.816 euro
  • Dendermonde, Herinrichting en opwaardering Oude Vest, 2.047.314 euro
  • Gent, Schelde(sc)oord(t), 1.959.840 euro
  • Mechelen, h.Art van de Heihoek, 2.400.000 euro
  • Turnhout, Focusgebied stadshart, 2.291.520 euro
  • VGC, Jeugdsite D’Broej-VMJ – Molenbeek, 1.389.510 euro
  • Vilvoorde, Een kloppend hart voor Asiat, 2.997.000 euro

Aalst, Walstroom

Walstroom maakt deel uit van de site Tragel-Zuid, een deelproject binnen het Aalsters project ‘De Kaaien’. Walstroom is een (re)creatief en innovatief makersdistrict, bestaande uit loodsen met een totale oppervlakte van ca. 5000m², waar creatief ondernemen en experimenteren tijdelijk een plaats krijgen. Door betaalbare ruimte en  testplatforms aan (jonge) creatievelingen en makers te koppelen, zet de stad Aalst in op een integrale benadering en zo breed mogelijke invulling om zo dit momenteel onderbenut stadsdeel te laten floreren.

Walstroom wil startende ondernemers helpen evolueren tot duurzame onderneming via tijdelijke betaalbare huurmodules voor bedrijfsruimtes of ateliers, gekoppeld aan begeleidingstrajecten. Zodra de onderneming voldoende matuur is wordt gezocht naar een nieuwe duurzame bestemming in de stad.

Naast deze economische component ligt er ook een belangrijke rol binnen dit stadsdeel voor jeugd, evenementen, sport en ontspanning. De coronasituatie en bevragingen vanuit jeugdraad VONK maakten duidelijk dat er meer inspanningen nodig zijn voor de Aalsterse jeugd. Mentale steun en hulpverlening samen met ontmoeting en ontspanning op maat van jongeren staat bovenaan hun vragen-en nodenlijst. Binnen Walstroom wil de stad Aalst daarom ook een veilige haven bieden waar jongeren op laagdrempelige wijze kunnen ontmoeten, ontspannen en (mentale) ondersteuning krijgen. Dit gebeurt met een instuifwerking gekoppeld aan vrijetijdsbesteding, (re)creatieve activiteiten en laagdrempelige hulp- en dienstverlening.

Walstroom streeft naar een stapsgewijze ontwikkeling waarbij tijdelijk gebruik, circulaire en informele inrichting de toon zetten.

Het project past binnen de globale visie van ‘bedrijvige kaaien’ van stad Aalst. Het RUP Tragel Zuid zal de gewenste ontwikkeling planologisch en juridisch verankeren. De opmaak ervan loopt parallel met dit project, waardoor ze meteen inzage krijgen in de mogelijkheden op de site, de knelpunten, de (ontwerp)uitdagingen en de ruimtelijke randvoorwaarden en hypotheses. Door de tijdelijke invulling vermijden ze dat de leegstand nog 5 jaar aanhoudt.

Doelen:

-  meer ondernemerschap boost lokale tewerkstelling;

-  meer ruimte en middelen voor creatie, ondernemerschap en mentale ondersteuning;

-  meer ruimte voor jongeren;

-  van barrières naar verbindende stadszones.

De jury ziet veel potentieel in de combinatie van de hub voor startende ondernemers en de jongerenwerking. We lezen een scherpe diagnose rond de situatie in Aalst. Voorwaarde is dat men erin slaagt om deze twee aspecten versterkend te verweven met een goed onderbouwd en ondersteunde programmatie. Het voorgestelde programma is interessant maar te weinig concreet uitgewerkt. De uitdaging ligt in de verdere uitwerking en de rol van de coördinator(en).

De aangehaalde partnerships met actoren zoals BroeikasJAC, VZW Lejo, Jeugdraad VONK, Broeikas, Buurtwild/t, Biensoigné, OverKophuis, etc geven vertrouwen dat men kan slagen in het opzet.

De combinatie van de ondernemershub en jeugdwerking speelt sterk in op zowel de sociale als de economische criteria van de oproep. De jury stelt zich wel wat vragen over termijn en duurzaamheid van het project. We rekenen erop dat deze plek langdurig zal functioneren als plek voor startende ondernemers en jongeren.

Antwerpen, CoStA - Herontwikkeling stedelijke site Sint-Andriesplaats en Prekersstraat

De site ligt midden in de wijk Sint-Andries, een oude volkswijk in het hart van de stad. De wijk wordt gekenmerkt door weinig en beperkt gevarieerde openbare ruimte. Met meer dan 13.500 inwoners per km² en nog steeds een positief verhuissaldo, is de druk op deze openbare ruimte zeer groot.

Los van het wegwerken van de onderhoudsachterstand, is de aanleiding voor de opmaak van een samenhangende herontwikkeling de ambitie om de culturele en jeugdactiviteiten op deze site te versterken en in te zetten op een doorgedreven samenwerking tussen de verschillende stedelijke diensten en externe partners. Daarnaast wordt door het verbinden van de site Sint-Andries en de achterliggende groenzone gelegen aan de Prekersstraat 25, het binnengebied een publiek karakter gegeven.

Sint-Andries 2.0 is een innovatief, multifunctioneel en inspirerend ontmoetingscentrum voor kinderen, jongeren en buurtbewoners. Haar identiteit vertrekt vanuit de wijk, de demografische en stedelijke evoluties, de bijhorende noden en zet de beoogde gebruikers centraal. Sint-Andries 2.0 is een ruimtelijke herontwikkeling van een stedelijke site in het hart van de binnenstad, tot een derde plek, open leeromgeving en creatieve presentatieruimte, waar maximaal wordt ingezet op samenwerking, duurzaamheid en gedeeld ruimtegebruik. Vanuit een aanpak op maat, zetten de verschillende werkingen in Sint-Andries in op competentieontwikkeling, cultuureducatie, leesplezier en het versterken van geletterdheid (ook digitale en culturele geletterdheid), met extra aandacht voor jongeren. Sint-Andries wil met modern uitgeruste polyvalente zalen de ideale presentatieplek zijn voor schoolvoorstellingen, kleine producties (amateur en professioneel / alle disciplines: lezingen, theater, concerten), toonmomenten van cultuur educatieve en participatieve trajecten. Sint-Andries zet programmatie en gelaagde evenementen in als middel om buurtparticipatie, ontmoeting, talentontwikkelingen kruisbestuiving te stimuleren in en rond de site. Als creatieve presentatieplek is Sint-Andries een belangrijke schakel in het podiumaanbod in het centrum van de stad en heeft het een waardevolle plaats naast middelgrote en grote podia en specifieke kunstencentra.

Het project is bottom-up tot stand gekomen en goed doordacht. Het wil vrij radicaal komaf maken met de verkokerde organisatie, die doorwerkt in uurroosters, beschikbaarheid en segmentering. Zowel binnen het gebouw als in de publieke ruimte wordt de agorafunctie benadrukt. Het ontwerp is duidelijk. De ruimtelijke (her)ordening verbetert de kwaliteit.  Beheer en animatie zijn voorzien. Over de bedrijfsvoering is nagedacht.

Deinze, Herinrichting Stationsomgeving

Het project Herinrichting Stationsomgeving ligt in het centrum van de stad Deinze en betreft de ruime stationsomgeving. Het huidige karakter van het publiek domein rondom het station is versnipperd en nauwelijks ontworpen. De omgeving wordt gedomineerd door de auto en asfaltverharding. Aantrekkelijke verblijfsplekken inclusief openbaar groen ontbreken. De huidige looproutes zijn gebrekkig, aanliggende gebouwen naar binnen gekeerd en aansluiting met de stad is gemankeerd. Ook de ruimte onder het stationsviaduct ontbeert functionaliteit en verblijfskwaliteit.

De stationsomgeving is een strategische locatie, niet alleen voor de stadskern, maar voor een veel ruimere regio. In de toekomst zal het vervoersknooppunt verder aan belang winnen, waardoor dit geldt als een strategische ontwikkelingslocatie. De stationsomgeving wordt gezien als een multifunctioneel knooppunt waar het versterken van de stedelijke dynamiek een doelstelling is. Door het stimuleren van ondersteunende functies (diensten, horeca..) en een opwaardering van de publieke ruimte. ‘Beleving’ staat hierbij centraal.

De toekomstige stationsomgeving moet functioneren als:

  • multimodaal, duurzaam vervoersknooppunt: het station en de stationsomgeving vormen het hart van het projectgebied. In de ruime stationsomgeving wordt de zachte weggebruiker resoluut centraal geplaatst. De stad faciliteert stappen en trappen door minder (permanente) ruimte voor de auto te voorzien en meer voor fietsers en voetgangers en zorgen voor een ruim aanbod aan duurzame vervoersmiddelen.
  • aangename leefbuurt: diverse verdichtingsprojecten bieden zich aan. Deinze kiest voor gemengde projecten waar wonen wordt verweven met stedelijke functies (handel, diensten, stedelijke ambachten). Verouderd patrimonium wordt vervangen door nieuwe kwalitatieve projecten met aandacht voor groen. Met een herinrichting van het publiek domein binnen het projectgebied wordt kwalitatieve ruimte geboden aan de zachte gebruiker. Bredere visibele voetpaden, oversteekbare straten, meer groen en aangename verblijfsplekken maken de straten in en rond de stationsbuurt tot leefstraten, met aandacht voor ontmoeting.
  • kader om te ondernemen: Door de publieke ruimte van het stationsplein in te richten als verblijfsomgeving, wil de stad de heropstart van de horeca ondersteunen. Men creëert een pleinfunctie voor de bestaande horeca en biedt een uniforme overkapping aan. Een aantrekkelijke publieke ruimte in combinatie met de nabijheid van het multimodaal vervoersknooppunt moet de nodige kansen bieden om te ondernemen. Ter ondersteuning van het lokaal ondernemerschap in de kern neemt de stad een actieve rol op op de vastgoedmarkt.

Het project past in een duidelijke toekomstvisie op Deinze als woonalternatief voor grotere steden, en met name de stationsomgeving binnen deze visie. Het project sluit goed aan op o.a. het masterplan voor de stationsomgeving, het mobiliteitsplan, klimaatplan etc. Er is een participatietraject gelopen dat dit project op een geloofwaardige manier ondersteunt.

De heraanleg van het stationsplein en het verwijderen van straatparkeren in de zone errond kunnen een boost geven aan de autoluwe binnenstad en de heropleving van het stadscentrum post-corona. Het project toont hoe een progressieve mobiliteitsvisie en aantrekkelijk wonen hand in hand kunnen gaan.

Het project speelt op een evidente, maar pertinente manier in op een aantal aspecten die in de oproep naar voor geschoven werden. Transities op het economische, sociale en fysieke vlak gaan hand in hand en maken van de stationsbuurt een meer robuuste plek, waarvan het stedelijk potentieel volledig benut wordt. Met name om de plannen ter herziening van de onderbenutte pendelparking zijn hier een erg stimulerend voorbeeld van.

Het project verdient een bijzondere vermelding wat betreft de projectfasering, financiering en timing. Het is duidelijk dat de projectsubsidies landen in een context waarin alle ingrediënten klaar liggen, gesprekken lopende of gevoerd zijn, om de gevraagde middelen optimaal te laten renderen in een ruime projectopzet.

Het project is ook een goede en logische aanvulling op lopende stadsvernieuwingsprojecten in Deinze.

Dendermonde, Herinrichting en opwaardering Oude Vest

Met dit project wil de stad Dendermonde haar volledige kernwinkelgebied (Oude Vest) herinrichten om nieuw leven te blazen in het stadscentrum. Uit een participatieproject is er besloten om de Oude Vest op te delen in drie delen (elks met een andere invulling):

Deel 1: gebied tussen Leopoldlaan en Sint-Jacobstraat/Dijkstraat.

Deel 2: gebied tussen Sint-Jacobstraat en Lindanusstraat.

Deel 3: gebied tussen Lindanusstraat en Brusselsestraat.

Doorheen het gebied wil de stad inzetten door de Oude Vest haar grijze vlakte om te vormen tot een duurzame plek met meer groen, waterpartijen en ontmoetingsplekken. Om zo het wonen én winkelen aangenamer te maken. Daarnaast wil de stad het doorgaand verkeer sterk terugdringen door het aantal beschikbare parkeerplekken (250) terug te brengen naar 25 shop-and-go parkeerplaatsen. Dit wordt gecoördineerd door een dynamisch parkeergeleidingssysteem met controle door ANPR-camera’s. 

Het groeiend aantal scholieren in Dendermonde, gekoppeld met de sterkste armoede en vergrijzing zet de Oude Vest onder druk voor meer groene ontmoetingsplaatsen en speeltuinen. Dit is met de Coronapandemie alleen maar verergerd volgens de stad Dendermonde, waardoor de vraag naar groen en natuur nog groter is.

De jury waardeert sterk de manier waarop de stad Dendermonde via een geïntegreerde sociaal-ruimtelijke aanpak de verblijfskwaliteit en leefbaarheid op en rond de Oude Vesten wil verbeteren. De stad maakt daartoe weloverwogen en goed uitgewerkte keuzes op het vlak van parkeren (parkeerplaatsen op straat, verregaand reduceren door integratie van centrumparking in het private Hof van Saeys-project) en het verkeersvrij en autoluw maken van een deel van de Oude Vesten, zowel met oog op de verblijfskwaliteit als het faciliteren van het vele voetgangers- en fietsverkeer op deze as. Bij het herinrichten van de Oude Vesten heeft het stadsbestuur niet alleen aandacht voor bezoekers en passanten, maar evengoed voor ouderen en (vaak kansarme) jongeren in de buurt, die ze via de creatie van publieke ontmoetingsruimte wil ondersteunen. De jury waardeert bovendien het brede en gelaagde participatietraject dat voorafging aan het ontwikkelen van de plannen voor de Oude Vest. Het betrekken van alle raadsleden, ook die van oppositiepartijen, draagt bij tot een meer gedragen voorstel.

In het voorstel wordt een studie van de noden van bewoners door de HoGent in het najaar van 2022 aangekondigd. Dit wekt enige verwondering, aangezien in het voorstel al concrete uitspraken gedaan worden over die behoeften en de plaats die zij krijgen in het traject. De vraag is of dit onderzoek niet strategischer ingezet moet worden in het plannings- en herinrichtingsproces van de Oude Vesten (eventueel wat vroeger opstarten) en of de vraagstelling voor dit onderzoek zich ook niet op programmatie en acties voor inclusieve toe-eigening van de vernieuwde publieke ruimte moet richten.

Gent, Schelde(sc)oord(t)

Het project betreft Scheldeoord. Dit ligt in de Dampoortwijk, gekenmerkt door de aanwezigheid van een sociaal woningcomplex. Hoge concentratie kwetsbaren (+/- 1000) in de wijk, alsook hoog aantal hoogbejaarden en hoog aantal jongeren (hoge jeugdwerkloosheid en drugsproblematiek). Pandemie legde de behoefte aan kwalitatieve buitenruimte bloot.

Daarom:

  • Vernieuwen van het Wolterspark: wijk heeft nood aan meer groen. Groene recreatieve route. Participatie van de bewoners bij de invulling van dit buurtpark. Een park met een avontuurlijke, landschappelijke inrichting met aandacht voor biodiversiteit, spel en ontspanning.
  • Renovatie directeurswoning: een statig verkommerd gebouw midden in het Wolterspark. Doel: laagdrempelig open en sociaalhuis met een sociaal programma voor de buurt + twee woonunits voor tijdelijke huisvesting (dakloze jongeren) + IT-plek voor jongeren en wijkbewoners.
  • Bijkomende jeugdruimte aanvullend  op het jeugdhuis Wolters.

Het project komt tegemoet aan de drie doelstellingen in de oproep. De sociale dimensie komt het meest naar voor. De jury ziet de heraanleg van het park en de renovatie en inrichting van de directeurswoning tot buurtinfrastructuur als een mogelijk hefboom voor het versterken van de sociale samenhang in de buurt, om de sociale controle te vergroten en de spanningen en onveiligheidsgevoelens te milderen. Het heraangelegde buurtpark kan aantrekkelijke buitenruimte worden, niet alleen voor de sociale woonwijk, ook voor de aangrenzende private woonbuurt, waarmee dus ook wordt tegemoet gekomen aan de fysieke doelstelling.

De economische doelstelling komt iets minder aan bod. De beoogde effecten zijn eerder indirect, o.a. het verbeteren van digitale vaardigheden en een verbeterde toegang tot IT worden hier als voorbeelden gegeven.

Het projectvoorstel vertrekt van een heldere probleemdiagnose. De grote kwetsbaarheid van de buurt wordt met tal van cijfers en voorbeelden aangetoond. Juryleden die het gebied kennen, bevestigen deze diagnose. De projectindieners formuleren ook een heldere visie op de aanpak. Ze verwachten met investeringen in de infrastructuur een perspectief te kunnen bieden aan bewoners en met de werking die van daaruit kan worden opgezet de kansen op aansluiting bij de samenleving te vergroten. De jury is overtuigd van de kansen die in dit project liggen.

Het project getuigt van publiek-publieke samenwerking, o.a. door samenwerking tussen stadsdiensten (stedelijke vernieuwing, beleidsparticipatie, dienst economie…).  Interessant is ook de samenwerking met OCMW Gent voor het onderbrengen van 2 woonunits in de directeurswoning. De jury merkt wel op dat de sociale huisvestingsmaatschappij niet vermeld wordt in het dossier en ook niet mee aanwezig was bij de voorstelling van het project.

Het project getuigt ook van publiek-private samenwerking, in het bijzonder door verder te bouwen op de werking van een aantal middenveldsorganisaties die actief zijn in de wijk. Cofinanciering vanuit de private sector is wel niet voorzien.

De samenwerking met de civiele maatschappij krijgt gestalte in een participatietraject, en eveneens via samenwerking met organisaties actief in de wijk, zoals Buurthuisje (een vrijwillig engagement van een bewoner naar de ouderen in de wijk) en de initiatiefnemers van de wijkbudgetprojecten.

Het project beoogt via ingrepen in het openbaar domein en via het aanbieden van ondersteunende buurtinfrastructuur bij te dragen tot de sociale leefbaarheid in de wijk. Op zich is dat niet nieuw als aanpak. Wel nieuw is om in dergelijke buurtinfrastructuur ook wooneenheden in te bouwen voor dakloze jongeren. Ook enigszins nieuw is dat in tegenstelling tot andere projecten van de stad (de noodwoningen), het de bedoeling is de bewoners niet aan te porren tot doorstroming, maar de nodige tijd te bieden om een duurzaam toekomstperspectief uit te bouwen. Daarbij zouden deze bewoners ook een rol krijgen in de buurtwerking en in het mee bewaken van de sociale veiligheid in de buurt.

Het betreft een zeer concreet project, met een duidelijke en haalbare fasering. De jury ziet niet direct obstakels voor een tijdige realisatie tijdens de periode van vier jaar.

Mechelen, h.Art van de Heihoek

Het project betreft de wijk Heihoek. Dit is een dense en diverse wijk in het centrum van de stad. Tijdens de lockdown misten de bewoners vooral groene en gedeelde buitenruimte. Vergroening en ontharding van de wijk, en heropleving van lokale wijkgerichte economische en culturele functies dringt zich op. 

Het aankopen en openstellen van de Heilig Hartkerk is voorzien, maar met de subsidie beogen ze een multifunctionele inzet met oog voor vergroening en collectiviteit. Met het project willen ze enerzijds groene hartaders realiseren die via ontharding en vergroening aantrekkelijke zachte verbindingen worden met het centrum. Anderzijds willen ze met dit project de leegstaande kerk een multifunctionele creatieve functie geven met extra groene samenruimte. De ingrepen maken van het perceel een doorwaadbare aantrekkelijke ‘samenplaats’.

Het gaat hier om een zeer complex project. De renovatie en het in gebruik nemen van een leegstaande kerk moet de hefboom worden van een cocreatief proces van duurzame wijkontwikkeling gedragen door een commons. Het gaat erom via het leveren van infrastructuur voor artiesten en sociaal-artistieke werking, de bewoners van de buurt te activeren, te laten deelnemen en verantwoordelijkheid op te nemen in het invullen van verschillende ‘gebreken’ in de buurt: vergroenen van publieke ruimte en private gebouwen; rust- en recreatieplekken, fietsinfrastructuur, enz. Daartoe wordt samengewerkt met een aantal verenigingen met expertise, nl. Klimaan of Artenova, maar wordt anderzijds wel gemikt op zelfbeheer van de bewoners.

Het gehele project steunt op een erg co-creatieve aanpak, de lijst en verscheidenheid van betrokken partners is lang en erg divers. Het dossier getuigt van de nodige expertise en bewustzijn om met de moeilijkheden en valkuilen van zulke processen om te gaan. Daardoor heeft het project een groot potentieel om vorm te geven aan het soort samenlevingsopbouw waar in post-corona tijden grote nood aan is – en dit gekoppeld aan het inrichten van een nieuwe soort groenruimte in de stad. Groenruimte die de mogelijkheid biedt tot een ‘ander’ soort toe-eigening, ergens tussen privaat, collectief en publiek.

Turnhout, Focusgebied stadshart

Het project wil investeren in de heropwaardering  van het stadshart, zowel op fysiek, sociaal als economisch vlak. Er wordt een injectie in de heraanleg van het openbaar domein voorzien op de oost-west as door het centrum, op de lijn Otterstraat - Gasthuisstraat – de Merodelei. Vooral de buurten Otterstraat en de Merodelei worden gekenmerkt door een gelijkaardige multiproblematiek die door corona enkel nog versterkt werd. Het zijn beide aankomststraten voor nieuwe inwoners in Turnhout, vaak met de nodige aandachtspunten rond woon- en werksituaties. De straten worden ook gekenmerkt door een verouderd patrimonium op vlak van wonen en winkels. 

Bij de heraanleg wordt prioriteit gegeven aan het creëren van openbaar domein dat uitnodigt tot ontmoeten en meer groene ruimtes tussen de aanwezige bouwblokken. Naast het openbaar domein versterkt de stad ook de werking rond het activeren van handelspanden in het stadshart, met specifieke aandacht voor kansen in de Merodelei en de Otterstraat. Eigenaars van panden worden proactief gecontacteerd met de focus op leegstand. Er worden kansen aangereikt met een uitgebreid premiestelsel dat kan fungeren als katalysator.

Deze aanpak wordt verbreed binnen dit project, met een focus op ondernemers die hun activiteit uitvoeren in het handelspand waar ze eigenaar van zijn. Ze krijgen een inhoudelijke ondersteuning door professionals aangeboden binnen een groeitraject om zich te wapenen tegen de moeilijke maanden na corona. Er wordt een bijkomend investeringsbudget voorzien voor dit type ondernemers indien ze willen investeren in de beeldkwaliteit van hun handelspand.  Turnhout wil ook meer ontmoeting stimuleren in het focusgebied. Voor de Otterstraat wordt dit de centrale rode draad die momenteel in ontwikkeling is in kader van de conceptstudie wijk Otterstraat met steun van conceptsubsidies Stedenbeleid Vlaanderen. Hierbij wordt een verbinding gelegd tussen de aanwezige functies in de wijk die deze taak opnemen: jeugdcentrum de Wollewei, armoedevereniging T’ANtWOORD, zeefdrukatelier de Ruimte, het Speelkaartenmuseum, Ligo – Centrum voor Basiseducatie, de moskee, theaterwerkplaats Het Gevolg. De werking wordt versterkt met de inbedding van de Globetrotter – een nieuw multifunctioneel ontmoetingshuis in de wijk.

Een ander aspect van de steun rond economische heropleving wordt gerealiseerd door een outreachende werking op poten te zetten op de verschillende ontmoetingsplaatsen in de wijken en zo een aanspreekpunt te voorzien voor (nieuwe) inwoners die hulp nodig hebben in hun traject naar werk en zo doorverwezen kunnen worden naar de juiste plek.

Het studiebureau Endeavour is momenteel bezig met een conceptstudie voor dit gebied.

Het project past in de aanpak van de oostwest-as door het centrum, en wil de bestaande verloedering, het gebrek aan sociaal contact en onleefbaarheid tegengaan door van de publieke ruimte veel meer een ontmoetingsruimte te maken.

De stad heeft reeds middelen voorzien voor de heraanleg van de voornaamste straten, en heeft ook een omkadering van premies, coaching, controles etc. voorzien voor de heropleving van deze buurt, maar vraagt nu extra budget voor ‘ontmoetingsinfrastructuur’. Dit past zeer goed binnen het idee van meer veerkrachtige binnensteden na corona.

De wil om verder te gaan dan tijdelijke ‘tactical urbanism’ ingrepen en naar duurzame oplossingen te gaan, is eveneens zeer positief. De samenhang die beoogd wordt in de aanpak van publieke ruimte en privaat patrimonium (cfr. Conceptstudie Endeavour) is een veelbelovende basis voor verdere uitwerking. De jury waardeert in die zin de pro-actieve attitude van de stad om private eigenaars te sensibiliseren en te betrekken bij de collectieve herwaardering van het stadshart. De voorgestelde strategieën  om de architecturale kwaliteit van de winkelpuien (en lange donkere winkelpanden in het algemeen) op te krikken komen verfrissend over. De pro-actieve houding om ondernemers te ondersteunen in het uitbouwen van ‘andere vormen van economisch ondernemerschap’ in de panden in de Oost-West as wordt eveneens gewaardeerd.

Qua timing sluit het project ook goed aan bij de oplevering van de resultaten van de lopende conceptsubsidie, en deze zullen meegenomen worden in dit project. De jury heeft in dit project ook een bijzonder vertrouwen in de productieve wisselwerking en samenwerking tussen de stedelijke administratie en politieke vertegenwoordiging.

VGC, Jeugdsite D’Broej-VMJ – Molenbeek

De Werking Maatschappelijk Kwetsbare Kinderen en Jongeren (WMKJ) in Sint-Jans-Molenbeek is één van de 7 lokale WMKJ’s van vzw D’Broej (‘De Brusselse Organisatie voor de Emancipatie van Jongeren’) en ook één van de grootste in dit netwerk. Het jeugdcentrum heeft een belangrijke functie en kent momenteel goede deelname-, en activiteitencijfers. Het huidige gebouw van VMJ is echter niet aangepast aan de noden van een multifunctioneel jeugdcentrum. De infrastructuur beantwoordt niet meer aan de hedendaagse normen van comfort, energie en toegankelijkheid. Het gebouw is in een verouderde staat, met heel wat slijtage en kleine gebreken. De technische installaties zijn toe aan vernieuwing.

Dit project biedt een uitgelezen kans voor de VGC om de Brusselse stadsvernieuwingsaanpak en dynamiek te verbinden met de Vlaamse stadsvernieuwing. Zo zal de VGC voor de realisatie van het nieuwe infrastructuurproject samenwerken met de gemeente Sint-Jans-Molenbeek in het kader van het Duurzaam Wijkcontract (DWC) ‘Zwarte Vijvers’.  Het Van Hoegaerdeplein - vandaag een rond punt met een centrale parking en twee bomen - kan via het DWC ‘Jacquet’ een groene en kindvriendelijke herinrichting krijgen. De inbedding van de nieuwe jeugdinfrastructuur in de verschillende nieuwe stadsvernieuwingsprogramma’s biedt voor VMJ ook kansen voor nieuwe activiteiten en samenwerkingsverbanden en een nog groter publieksbereik.

Het project omvat volgende prioritaire elementen:

-  Renovatie van het bestaande jeugdhuis en afbraak van een aanpalende garage en woning, waardoor een uitbreiding van het huidige jeugdhuis mogelijk is.;

-  De nieuwe multifunctionele infrastructuur met een onthaal, activiteiten- en workshopruimte voor o.a. meisjes en jonge vrouwen, stille ruimte voor leerlingen en studenten hoger onderwijs met toegang tot middelen en begeleiding voor e-leren, polyvalente lokalen voor workshops zoals expressie en taalondersteuning voor de jeugd maar ook voor opvoedingsondersteuning voor ouders, consultatieruimtes voor psychologische ondersteuning.;

-  Een groen terras en een moestuin in een nieuw binnengebied, die het jeugdhuis verbindt met een heringericht, verkeersarm en groen plein (het Van Hoegaerdeplein) met extra speelruimte in een dichtbevolkte wijk.

In één geïntegreerd project worden het bestaande jeugdhuis en het naastgelegen pand omgevormd tot een eigentijdse en energiezuinige infrastructuur met een stedenbouwkundige en inhoudelijke meerwaarde voor de Molenbeekse jeugd en de buurtbewoners.

De jury heeft een zeer positief oordeel over dit VGC project. VGC treedt hier op als (Vlaamse) overheid in Brussel, maar heeft in dit geval ook de steun van de gemeente Molenbeek. Bovendien wordt het project ook geïntegreerd in lopende Brusselse stadsvernieuwingscontracten en wijkcontracten. Het project steunt op een gedegen wijkanalyse. Een vernieuwing van deze infrastructuur levert in deze buurt een meerwaarde, temeer daar ook het voorplein in het project wordt betrokken. Ook de publieke ruimte wordt aangepakt. Qua aanpak is het programma ook veelbelovend. De dragers van het project hebben een track record van samenwerking en het vormen van ontwikkelingscoalities met andere organisaties. Ze richten zich daarbij specifiek op jongeren, gemarginaliseerd of met specifieke problemen, om ze via versterking van het zelfbeeld toe te leiden naar de arbeidsmarkt en sociale integratie. Dat gebeurt met een focus op lokale duurzame transitie.

Het project biedt zeker ook een antwoord op de noden van jongeren en hun relatie tot de buurt. Gezien de verwevenheid van de economische dimensie (versterken van competenties, werkervaring), de sociale dimensie (empowerment, ontwikkelingskansen) en de ruimtelijke dimensie (infrastructuur, kwalitatieve buitenruimte) sluit het project heel goed aan bij de centrale vraag van de oproep, met name het versterken van het stedelijk weefsel post-corona. In het bijzonder verdient in deze context ook de aandacht voor jongeren en hun ruimtelijke noden zeker ondersteuning.

Het gehele project steunt aldus op een goede basisanalyse, op een brede netwerking, op een steun vanuit diverse overheden en op sterke praktijkervaringen.

Vilvoorde, Een kloppend hart voor Asiat

Het project Een kloppend hart voor Asiat beoogt het omvormen van een ontoegankelijke stadskanker van ongeveer 6.8 ha en een 19-tal leegstaande gebouwen tot een bruisende ontmoetingsplek, een kloppend hart voor de buurt. Ze wil betekenisvolle jobs creëren, talenten ontwikkelen, cultuurbeleving stimuleren en een toegankelijke verbeeldende publieke ruimte bouwen. Asiat moet een plek zijn die op zoek gaat naar persoonlijke en maatschappelijke meerwaarde waarbij de juiste balans gezocht wordt tussen mens, gemeenschap & planeet.

Het subsidieproject: (1) realiseert een duurzame en circulaire incubator,(2) streeft naar een socio-multi-cultureel ecosysteem op de site, (3) creëert een semi-publieke overdekte ruimte, (4) versterkt de publieke ruimte architecturaal en maakt ze ruimtelijk samenhangend en meer toegankelijk voor diverse doelgroepen, (5) versterkt de ecologisch-duurzame ambities, (6) faciliteert bestaande industriële ruimte door in te zetten op een duurzame en gerichte heraansluiting op nutsvoorzieningen, door ruimtes casco en flexibel in te richten, door netwerkmogelijkheden en gedeelde infrastructuur aan te bieden.

Dit project startte met de aankoop door de stad in 2018 en kreeg gestalte via de conceptsubsidie TAB tijdelijk anders bestemmen in 2019. In samenwerking met Common Ground konden uittesten op de site. Op 1 juni 2021 heeft de stad met de tijdelijke vereniging Onkruid-Den Hoorn een PPS-overeenkomst afgesloten om de site uit te baten.

Het project zet duidelijk in op de drie focusgebieden van de oproep:

-  economisch: de circulaire bio-incubator beoogt pioniers in de circulaire economie aan te trekken en start-ups de kans geven om door te groeien;

-  sociaal: talentontwikkeling, kunst, cultuur, sport en ontmoeting zijn belangrijke pijlers in het project; ze zijn gericht op versterking van de sociale cohesie, en beogen laagdrempelig en buurtgericht te zijn;

-  fysiek: het project investeert in zeer belangrijke mate in het uitbreiden en toegankelijk en aantrekkelijk maken van publieke ruimte; het beoogt ook ecologische, duurzame en architecturaal-waardevolle keuzes te maken van hoge kwaliteit die ook andere sites en projecten in Europa kunnen inspireren.

Het project getuigt van een sterke en doordachte visie. Het is geënt op strategische ruimtelijke keuzes en maakt gebruik van de kennis en ervaring die zijn opgebouwd tijdens voorgaand tijdelijk gebruik. Daarnaast getuigt het project op diverse manieren van het zoeken naar nieuwe manieren om de zeer diverse leefgemeenschap met een groot aandeel laaggeschoolde jongeren op een actieve manier te betrekken in de samenleving en een perspectief te bieden vanuit hun eigen interesses en sterktes. De hoge verwachtingen blijken daarnaast ook uit o.a. de keuze voor architecten en de ambitie om uit te groeien tot een project met internationale allure.

De sterkte van het project ligt in een doorgedreven samenwerking met burgers, buurtbewoners en lokale organisaties. De stad is eigenaar van de site, maar het beheer en de activering van de site is uitbesteed aan private partners, zijnde Onkruid – De Hoorn. Verder is er een lange termijnovereenkomst met vzw Horst Arts & Music die optreedt als katalysator voor de activering. De publiek-publieke samenwerking behelst een samenwerking met (en subsidie van) Agentschap Bos en Natuur (voor het behoud van het groene karakter) en met De Vlaamse Waterweg voor de realisatie van een voetgangersbrug over de Zenne.

Het project kan in zijn geheel gezien worden als een project van stadsontwikkeling dat in belangrijke mate bottom-up tot stand kwam en zeer diverse onderdelen combineert binnen een grote (en in het verleden sterk verwaarloosde) site.

Het project is op diverse vlakken vernieuwend, o.a. door:

-  het aanwenden van het eigen ruwe karakter van de site als een strategie om de niet-georganiseerde burger naar de site te trekken en te houden;

-  de ambitie om een kunstencentrum te vormen waarbij de makers (kunstenaars, ontwerpers, choreografen, dansers, architecten, muzikanten …) samenwerken met de lokale gemeenschap en zo aan gemeenschapsvorming doen

-  de ambitie om overgedimensioneerde daken te gebruiken voor ontmoeting, kunst, sport, afkoeling …

-  de moduleerbaarheid van het kunstencentrum, die het mogelijk maakt de ruimten aan te passen aan het seizoen en flexibel inzetbaar te maken;

-  de brede lokale verankering die zichtbaar is in alle onderdelen van het project;

-  het zoeken naar verbinding tussen de onderdelen van het project (waarbij jongeren bijvoorbeeld kunnen doorgroeien naar semi-professioneel makerschap);

-  na te gaan of ondergrondse structuren herbruikbaar zijn en hoe deze ingepast kunnen worden in een ruimtelijk kader.

De jury meent dat het project haalbaar is, omdat gebruik wordt gemaakt van kennis en ervaring opgebouwd tijdens de vorige jaren en mede omdat partners met sterke terreinervaring worden ingeschakeld. De jury ziet niet direct obstakels voor een tijdige realisatie tijdens de periode van vier jaar. Een mogelijke zorg is wel dat de subsidies voor personeel na twee jaar zullen wegvallen. Tegen dan zou het project daarvoor zelf de nodige inkomsten moeten genereren.